wetzoeker

5.2 — Voorkeursalternatief kavel V Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)

Voorkeursalternatief kavel V

In het MER is een bandbreedte onderzocht waarbinnen verschillende windturbineopstellingen en - types gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor hebben ontwikkelaars de vrijheid om een optimaal ontwerp te maken voor het windpark in termen van kosteneffectiviteit en energieopbrengst.

Uitgangspunt is de kavel die gelegen is in het noordwesten van windenergiegebied Hollandse Kust (noord) met een oppervlakte van 126 km² zoals beschreven in paragraaf 4.2.

Uit de analyse van het KEC (2016)

30 Kader ecologie en cumulatie, 2016 https://www.noordzeeloket.nl/functies-gebruik/windenergie/ecologie/

blijkt dat de Nederlandse PBR (Potential Biological Removal) niet wordt overschreden wanneer het Energieakkoord gerealiseerd wordt met gemiddeld 63 turbines per windpark met een vermogen van maximaal 380 MW. Voor windenergiegebied Hollandse kust (noord) wordt de bovengrens voor het aantal turbines vastgesteld op 95, minimaal 8 MW per turbine. Het totale onderzochte operationeel vermogen is 760 MW. Bij de in het MER onderzochte bandbreedte is uitgegaan van een ondergrens met een turbine van 8 MW en een bovengrens met 76 turbines (in geval van 10 MW per turbine) met een maximum tiphoogte van 251 meter.

Daarnaast zijn in het MER de effecten van de aanleg van verschillende funderingstypen op zeezoogdieren onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat het funderen met monopiles kan leiden tot onaanvaardbare effecten. Om die reden worden mitigerende maatregelen opgenomen ten behoeve van het beperken van onderwatergeluid ter bescherming van bruinvissen, zeehonden en vissen.

Uit het MER blijkt voorts dat de effecten op vogels en vleermuizen beperkt moeten worden. Om die reden worden mitigerende maatregelen opgenomen, waaronder de maatregel dat de rotoromwentelingen van de windturbines tot een minimum moeten worden teruggebracht bij specifieke weersomstandigheden met vogeltrek en vleermuizentrek op rotorhoogte.

De voorkeursbandbreedte en de mitigerende maatregelen vormen gezamenlijk het voorkeursalternatief. Die voorkeursbandbreedte en mitigerende maatregelen worden vastgelegd in de voorschriften bij het kavelbesluit. Binnen het voorkeursalternatief zijn de effecten voor twee inrichtingsalternatieven inzichtelijk gemaakt, namelijk een alternatief uitgaande van de ondergrens van de bandbreedte en een alternatief uitgaande van de bovengrens van de bandbreedte.

In het MER is ook onderzocht wat de gevolgen zijn van de keuze om een deel van kavel V te reserveren voor innovaties (kavel VI). Het MER concludeert dat voor de bepaling van milieueffecten het niet relevant is of er wel of geen kavel VI voor innovaties wordt aangewezen als de locatie van kavel VI onderdeel vormt van kavel V en als de bandbreedte van te plaatsen turbines gelijk is in beide kavels.

In het MER zijn tevens de effecten op de gebruiksfuncties in het windenergiegebied Hollandse Kust (noord) onderzocht. In het MER is daarnaast onderzocht wat de effecten zijn voor het landschap, met als belangrijkste aspect de zichtbaarheid van de windturbines vanaf de kust. In het kader van het aspect zicht zijn er visualisaties gemaakt en is er onderzocht wat de effecten op recreatie en toerisme zijn.

Regeling
Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0052410
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl