wetzoeker

2.2 — Algemene uitgangspunten taakveld bewaken en beveiligen Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2026

Algemene uitgangspunten taakveld bewaken en beveiligen

De hieronder beschreven uitgangspunten zijn bepalend voor het taakveld.

Gelaagde verantwoordelijkheidsverdeling

Personen in Nederland zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun veiligheid. Ze mogen daarbij rekenen op hulp van de organisaties waar zij deel van uitmaken of werkzaam voor zijn. Werkgevers zijn wettelijk verplicht maatregelen te treffen om te voorkomen dat de veiligheid van medewerkers in gevaar komt als gevolg van hun werkzaamheden. De overheid kan aanvullende veiligheidsmaatregelen nemen als een persoon of de organisatie waar hij deel van uitmaakt of waarvoor hij werkt, redelijkerwijs op eigen kracht geen, of onvoldoende, weerstand kan bieden tegen de dreiging en het risico. De kostenverdeling volgt de verantwoordelijkheidsverdeling.

Zorgplicht

De overheid heeft een zorgplicht om haar burgers te beschermen.

11 Kamerstukken II 2024/25, 29 911, nr. 475.

In Europese verdragen is de minimumgrens van deze zorgplicht beschreven. Ten aanzien van veiligheid wordt de zorgplicht van de overheid primair ontleend aan artikel 2 van het EVRM: “Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet”. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft de Staat hiermee de positieve verplichting tot het realiseren van een effectief wettelijk en bestuurlijk (handhavings)kader ter bescherming van het recht op leven. Overheden behoren maatregelen te treffen binnen het kader van hun bevoegdheid, die redelijkerwijs verwacht mogen worden ter vermijding van de verwezenlijking van het gevaar.

Hiervoor is een uitgebreid systeem ontwikkeld, met een breed palet aan bevoegdheden en instrumenten om invulling te geven aan de generieke zorgplicht om het recht op leven te beschermen. Voor bepaalde onderwerpen en/of type dreigingen zijn specifieke systemen of instrumenten.

Absolute veiligheid kan niet worden gegarandeerd

Bij het nemen van veiligheidsmaatregelen is altijd sprake van risicobeheersing, niet van risico-uitsluiting. De mate van veiligheid die kan worden geboden, is een uitkomst van een zorgvuldige afweging door deskundigen, op dreiging, risico en het niveau van maatregelen. Desondanks zal er altijd een restrisico zijn, aangezien incidenten niet zijn uit te sluiten; een garantie op veiligheid bestaat niet.

Veiligheid staat centraal met oog voor de te beveiligen persoon

Bij het beslissen over veiligheidsmaatregelen staat de veiligheid van de persoon, het object of de dienst centraal. Veiligheidsmaatregelen kunnen variëren van lichte maatregelen zoals extra toezicht, tot zware maatregelen zoals persoonsbeveiliging en objectbeveiliging. Veiligheidsmaatregelen zijn erop gericht om met zo min mogelijk impact zoveel mogelijk weerstand te creëren tegen de dreiging en het risico.

Veiligheidsmaatregelen hebben altijd impact op de te beveiligen persoon, het object, de dienst en de omgeving. De overheid heeft een bijzondere verantwoordelijkheid richting de te beveiligen persoon. Er is daarbij sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. Dit vraagt aandacht voor de communicatie tussen de overheid en de te beveiligen persoon en wederzijdse transparantie over de situatie en beslissingen waar dit mogelijk is.

Bij het bepalen van het pakket aan veiligheidsmaatregelen is het benodigde weerstandsniveau tegen de dreiging leidend. Welke veiligheidsmaatregelen passend en mogelijk zijn, vergt een zorgvuldige afweging waarbij veiligheid en maatwerk leidend zijn. Het is niet realistisch en uitvoerbaar om voor alle te beveiligen personen alle aspecten in het dagelijks leven te voorzien van maatregelen in de periode dat deze nodig zijn. Het oneindig blijven uitbreiden van de (beveiligings)capaciteit is niet reëel, omdat dit uiteindelijk ten koste gaat van andere essentiële onderdelen van het bredere veiligheidsdomein. Daartoe is de overheid ook niet gehouden. Het pakket dat de overheid aanbiedt betreft derhalve een (maatwerk)aanbod en is niet onderhandelbaar. Volledig ongestoord functioneren gedurende de periode dat veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, is onmogelijk; veiligheidsmaatregelen gaan altijd gepaard met nadelige neveneffecten en beperken altijd de bewegingsvrijheid in meer of mindere mate. Er wordt steeds zorgvuldig afgewogen hoe op een proportionele manier onderscheid gemaakt kan worden. Dit betekent dat voor de ene persoon meer – of een ander type – activiteiten mogelijk worden gemaakt, dan voor een ander persoon. Ook vindt de afweging plaats of beveiliging alleen geldt tijdens (bepaalde) werkactiviteiten of dat ook privéactiviteiten mogelijk gemaakt moeten worden.

Proportionaliteit van de maatregelen

De inschatting van de dreiging, het risico en de analyse daarvan is leidend voor het vaststellen van het benodigde weerstandsniveau. Op deze wijze wordt ervoor gezorgd dat adequate veiligheidsmaatregelen kunnen worden getroffen en deze, wanneer mogelijk, weer worden afgebouwd. De geconstateerde (concrete/potentiële) dreiging en de getroffen veiligheidsmaatregelen dienen periodiek te worden getoetst om te beoordelen of voorzetting van de veiligheidsmaatregelen nog opportuun is. Uitgangspunt is dat, zodra het weerstandniveau het toelaat, de afbouw van veiligheidsmaatregelen wordt uitgevoerd en zo spoedig mogelijk teruggegaan wordt naar een normale situatie zonder overheidsbemoeienis.

Medewerking van de te beveiligen persoon is essentieel

Om het benodigde weerstandniveau te bereiken, is medewerking van de te beveiligen persoon essentieel. De gedragingen van de te beveiligen persoon (en diens gezinsleden) dragen in grote mate bij aan diens veiligheid. Wanneer een persoon niet of onvoldoende meewerkt aan zijn/haar eigen beveiliging, kan een situatie ontstaan dat de overheid niet, of niet goed, haar aanvullende verantwoordelijkheid kan nemen. Dit kan leiden tot ineffectief optreden en veiligheidsrisico’s voor de te beveiligen persoon, de omgeving en medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen. Doorslaggevende criteria voor de uitvoering van veiligheidsmaatregelen zijn de operationele uitvoerbaarheid en de vraag of die uitvoering verantwoord is vanuit het oogpunt van de veiligheid van de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de specifieke maatregel.

Bewaken en beveiligen als lerend taakveld

Het taakveld bewaken en beveiligen dient als een lerend systeem te functioneren om blijvend te kunnen meebewegen met ontwikkelingen binnen de samenleving en adequaat te kunnen reageren op dreigingen en risico’s. Het goed functioneren van het systeem vraagt derhalve om continue kwaliteitsontwikkeling, kennisborging en monitoring daarop. Het beschermen van personen betreft mensenwerk. Daarom is de focus op continue verbetering cruciaal en moet een lerende cultuur in alle lagen van de betrokken organisaties ingebed zijn, waarin professionals elkaar (multidisciplinair) motiveren en aansporen om processen te verbeteren. De ervaringen en inzichten van te beveiligen personen worden actief betrokken bij de doorontwikkeling van het systeem. In hoofdstuk 6 zal verder worden ingegaan op het taakveld als lerend systeem.

Regeling
Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2026
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
24-02-2026
BWB-id
BWBR0052355
Versie
2026-02-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl