wetzoeker

4.1b — Decentrale Invoeding Allocatiecode systeembeheerders gas

Decentrale Invoeding

4.1b.1 Als een distributiesysteembeheerder niet alleen gas ontvangt vanuit het transmissiesysteem, maar daarnaast ook invoeding via aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of GIN, zal de distributiesysteembeheerder hiermee rekening moeten houden bij de verbruiksbepaling en de allocatie.

4.1b.2 Het gas dat wordt ingevoed via aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of, GIN wordt toegekend aan de balanceringsverantwoordelijke voor de betreffende aansluiting en kan verhandeld worden als ware het gas ingevoed in het transmissiesysteem.

4.1b.3 De distributiesysteembeheerder registreert de balanceringsverantwoordelijke(n) waarvoor het gas op de verbindingspunten met de andere transportsystemen e.d. wordt ontvangen.

4.1b.4 De distributiesysteembeheerder bepaalt de totale hoeveelheid energie per uur van een systeemgebied door de invoeding via aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of GIN op te tellen bij de gashoeveelheid uit het transmissiesysteem (uitgedrukt in MJ).

4.1b.5 In het Centraal-Systeem-Stuursignaal wordt het near-real-time allocatieproces, zoals beschreven in bijlage 2a (Het near-real-time allocatieproces in het Centraal-Systeem-Stuursignaal) ongewijzigd uitgevoerd, waarbij meetwaarden voor aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of GIN als negatieve waarden in de allocatie berekening worden meegenomen, nadat eerst het totale verbruik van het systeemgebied is bepaald door de ingevoede hoeveelheid die niet afkomstig is uit het transmissiesysteem op te tellen bij de gashoeveelheid uit het transmissiesysteem (uitgedrukt in MJ).

4.1b.6 De distributiesysteembeheerder alloceert de gemeten hoeveelheid op de verbindingspunten met andere transportsystemen en dergelijke aan de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n). De transmissiesysteembeheerder beschouwt deze allocaties als allocatie op een virtueel entrypunt.

4.1b.7 Gas dat wordt ingevoed op een systeemgebied, wordt in beginsel toegerekend met de werkelijke gemeten calorische waarde van het ingevoede gas.

4.1b.8 Indien de calorische waarde op de aansluiting van de invoedingsinstallatie niet conform hoofdstuk 3 van de Meetcode gas LNB wordt gemeten, of de gegevens niet conform 6.4.2.17 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas.zijn verzonden, wordt in afwijking van 4.1b.7 gas dat wordt ingevoed op een systeemgebied aan de (balanceringsverantwoordelijke van de) invoeder toegerekend met de calorische waarde 34,11 MJ/m3(n).

4.1b.9 Indien 3.1a.8 van de Aansluit- en transportcode gas DSB van toepassing is, zal in afwijking van 4.1b.7 en 4.1b.8 het gas dat wordt ingevoed op een systeemgebied aan de (balanceringsverantwoordelijke van de) invoeder worden toegerekend met de actuele calorische uurwaarde van het gas dat vanuit het transmissiesysteem in het desbetreffende systeemgebied wordt ingevoed.

4.1b.10 Indien 4.1b.9 wordt toegepast, overlegt de invoeder aan de distributiesysteembeheerder jaarlijks een rapport van de gerealiseerde calorische waarden per uur.

4.1b.11 Gas dat door verbruikers wordt afgenomen in een systeemgebied wordt aan (de balanceringsverantwoordelijken van) deze verbruikers toegerekend met de gewogen gemiddelde calorische waarde voor het desbetreffende systeemgebied, bepaald op basis van de hoeveelheden en calorische waarden volgens paragraaf 4.1 en de informatie en gegevens als bedoeld in 4.1b.7 tot en met 4.1b.9.

Regeling
Allocatiecode systeembeheerders gas
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
21-02-2026
BWB-id
BWBR0052342
Versie
2026-02-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl