wetzoeker

5 — Meten en regelen van de systeemverbinding Systeemkoppelingscode gas TSB en DSB

Meten en regelen van de systeemverbinding

5.1 De metingen in de systeemverbinding geschieden door de transmissiesysteembeheerder conform de Meetcode Gas LNB.

5.2 Indien de distributiesysteembeheerder meer metingen in de systeemverbinding wenst dan opgenomen in de Meetcode Gas LNB, zal de transmissiesysteembeheerder, indien en voor zover redelijkerwijs mogelijk, aan dit verzoek voldoen. De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder kunnen nadere financiële en operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met die meerdere metingen.

5.3 Een minimum meetcapaciteit, dit is de capaciteit waarbij de ondergrens van het meetbereik van de meet- en regelinrichting wordt bereikt, wordt vastgelegd op basis van de door de distributiesysteembeheerder aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens. Indien de distributiesysteembeheerder wijziging verlangt van de vastgelegde minimum meetcapaciteit, zal hij hierover tijdig met de transmissiesysteembeheerder in overleg treden. Op basis van de door distributiesysteembeheerder verstrekte gegevens, doet de transmissiesysteembeheerder onderzoek naar de mogelijkheden om de gewenste minimum meetcapaciteit te realiseren. Een gewijzigde minimum meetcapaciteit wordt door de transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder vastgelegd. De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder kunnen nadere financiële voorwaarden overeenkomen die verband houden met die gewijzigde minimum meetcapaciteit.

5.4 De distributiesysteembeheerder zal zich naar beste vermogen inspannen om te zorgen dat de overeengekomen minimum meetcapaciteit niet structureel en/of planmatig zal komen te liggen in het capaciteitsgebied tussen nul en de minimum meetcapaciteit en zodanige maatregelen te nemen opdat een goede inzet van de meet- en regelinrichting wordt gewaarborgd. De distributiesysteembeheerder is verplicht om de transmissiesysteembeheerder, indien zich een situatie van een dergelijke onderschrijding voordoet of kan voordoen, te informeren, voor zover mogelijk tijdig voorafgaand aan die situatie, en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen. Voorts is de distributiesysteembeheerder verplicht, indien en voor zover hij structureel en/of planmatig de overeengekomen minimum meetcapaciteit onderschrijdt, met de transmissiesysteembeheerder in overleg te treden over een lagere minimum meetcapaciteit. Op basis van de door desbetreffende distributiesysteembeheerder verstrekte gegevens, doet de transmissiesysteembeheerder onderzoek naar de mogelijkheden om een lagere minimum meetcapaciteit te realiseren. Een gewijzigde minimum meetcapaciteit wordt door de transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder vastgelegd. De transmissiesysteembeheerder kan met de distributiesysteembeheerder nadere financiële voorwaarden overeenkomen die verband houden met die gewijzigde minimum meetcapaciteit.

5.5 Indien de distributiesysteembeheerder gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de meet- en regelinrichting niet correct functioneert of een afwijking vertoont, zal de transmissiesysteembeheerder de meet- en regelinrichting controleren en zonodig handelend optreden (justeren) volgens het bepaalde in de Meetcode Gas LNB. De kosten hiervan komen voor rekening van de transmissiesysteembeheerder, tenzij een eventueel geconstateerde onnauwkeurigheid de toegestane afwijkingen, zoals gedefinieerd in de Meetcode Gas LNB, niet overschrijdt, in welk geval de kosten voor rekening van de distributiesysteembeheerder komen.

5.6 Indien wordt vastgesteld dat de meet- en regelinrichting niet correct functioneert, maar het tijdstip waarop dit niet-correct functioneren is begonnen niet kan worden bepaald, wordt het niet-correct functioneren geacht te zijn begonnen halverwege de datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld en de datum van de laatste onbetwiste controle van de meet- en regelinrichting. De datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld, wordt geacht te zijn de datum waarop de controle is uitgevoerd die het niet-correct functioneren volgens artikel 5.5 aantoonde. De door de meet- en regelinrichting gemaakte fout gedurende de periode tussen de datum waarop het niet-correct functioneren is begonnen, dan wel wordt geacht te zijn begonnen, en de datum waarop de meter weer naar behoren functioneert, zal in overleg met de distributiesysteembeheerder door de transmissiesysteembeheerder worden geschat. Correctie vindt evenwel slechts plaats binnen de termijnen zoals genoemd in de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1 van de Allocatiecode systeembeheerders gas.

Regeling
Systeemkoppelingscode gas TSB en DSB
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
21-02-2026
BWB-id
BWBR0052334
Versie
2026-02-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl