wetzoeker

3.1 — Leveringsdruk Systeemkoppelingscode gas TSB en DSB

Leveringsdruk

3.1.1 Onverminderd het bepaalde in artikel 3.1.3 en 6.1.4, wordt het gas door de transmissiesysteembeheerder via de systeemverbinding beschikbaar gesteld met een leveringsdruk van acht bar (bovenatmosferische druk). Indien beschikbaarstelling van het gas met een leveringsdruk van acht bar (bovenatmosferische druk) niet mogelijk is, zullen de transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder een lagere leveringsdruk afspreken.

3.1.2 Indien de distributiesysteembeheerder de afgesproken lagere leveringsdruk wenst te wijzigen, zal hij hierover tijdig met de transmissiesysteembeheerder in overleg treden. Op basis van de door de distributiesysteembeheerder verstrekte gegevens doet de transmissiesysteembeheerder onderzoek naar de mogelijkheid een andere leveringsdruk te realiseren. Het verzoek van de distributiesysteembeheerder zal niet op onredelijke gronden door de transmissiesysteembeheerder worden geweigerd. De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder kunnen nadere financiële en operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met die gewijzigde leveringsdruk.

3.1.3 Daarenboven is er de mogelijkheid een hogere leveringsdruk dan acht bar (bovenatmosferische druk) af te spreken, indien en voor zover dit naar het oordeel van de transmissiesysteembeheerder om gastransporttechnische redenen mogelijk is en die hogere leveringsdruk bestemd is voor gastoepassingen waarvoor een hogere leveringsdruk dan acht bar (bovenatmosferische druk) gevraagd wordt. De hogere leveringsdruk wordt na overleg met de distributiesysteembeheerder door de transmissiesysteembeheerder vastgesteld. De transmissiesysteembeheerder kan aan deze afspraak nadere financiële en operationele voorwaarden verbinden die verband houden met die hogere leveringsdruk. Indien de transmissiesysteembeheerder voorziet dat de afgesproken hogere leveringsdruk blijvend niet meer gehandhaafd zal kunnen worden, zal de transmissiesysteembeheerder de gemaakte afspraak over die hogere leveringsdruk opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van achttien maanden. Na afloop van die opzegtermijn zal de transmissiesysteembeheerder het gas weer beschikbaar stellen met een leveringsdruk van acht bar (bovenatmosferische druk), tenzij hierover conform artikel 3.1.1 andere afspraken worden gemaakt.

3.1.4 Indien door de transmissiesysteembeheerder of de distributiesysteembeheerder wordt vastgesteld dat het gas op het overdrachtspunt niet beschikbaar is gesteld met de afgesproken leveringsdruk, zullen de transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren.

3.2.1 [Vervallen]

3.2.2 [Vervallen}

3.2.3 Indien door de transmissiesysteembeheerder of de distributiesysteembeheerder wordt vastgesteld dat het gas op het overdrachtspunt niet voldoet aan de van toepassing zijnde afleverspecificaties zoals geduid in artikel 3.16 van de Energieregeling zullen de transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren.

Regeling
Systeemkoppelingscode gas TSB en DSB
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
21-02-2026
BWB-id
BWBR0052334
Versie
2026-02-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl