wetzoeker

2 — Transportdiensten (deel 1) Transportcode gas TSB

Transportdiensten

2.1 Transport

2.1.1 Transport vindt plaats op grond van een met de transmissiesysteembeheerder te sluiten overeenkomst en houdt in dat de transmissiesysteembeheerder gas aangeboden op een entrypunt in het transmissiesysteem inneemt en op een exitpunt ter beschikking stelt. Entrycapaciteit en exitcapaciteit kunnen onafhankelijk van elkaar bij de transmissiesysteembeheerder worden gecontracteerd.

2.1.1a Entry- en exitpunten

1. [Vervalt]

2. De transmissiesysteembeheerder informeert de systeemgebruikers op geschikte wijze over de actuele lijst van haar entry- en exitpunten, ingedeeld naar relevante marktsegmenten en publiceert de actuele lijst op haar website.

3. De transmissiesysteembeheerder stelt entry- en exitpunten vast op grond van objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden en met inachtneming van de belangen van systeemgebruikers.

4. Onder het vaststellen van entry- en exitpunten in dit artikel, wordt mede begrepen het laten vervallen van entry- en exitpunten.

5. Indien het entry- of exitpunt vervalt vanwege het wegvallen van fysieke gasstromen of er een entry- of exitpunt ontstaat vanwege nieuwe fysieke gasstromen, is de procedure als in het zesde tot en met het twaalfde lid van dit artikel bepaald niet van toepassing.

6. Een voornemen tot wijziging van de vaststelling van interconnectiepunt(en) dat leidt tot het laten vervallen van alle interconnectiepunten tussen twee entry-exitsystemen (marktintegratie), zal tenminste achttien maanden voor de geplande invoeringsdatum bekend worden gemaakt door de transmissiesysteembeheerder in samenwerking met de andere transmissiesysteembeheerder(s). Deze bekendmaking vindt plaats door publicatie van het voornemen op de website van de transmissiesysteembeheerder en door toezending van het voornemen aan de ACM.

7. Het voornemen, bedoeld in het zesde lid, bevat tenminste:

a. een analyse van de kosten en baten van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten;

b. een analyse van de financiële gevolgen van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten voor de systeemgebruikers van de betrokken entry-exitsystemen. De transmissiesysteembeheerder maakt de financiële gevolgen inzichtelijk aan de hand van een naar jaar gespecificeerde berekening voor een periode van tenminste vijf jaren;

c. informatie over de technische en operationele voorzieningen die ten behoeve van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten moeten worden getroffen en de afspraken die daarover zijn gemaakt met de andere transmissiesysteembeheerder(s).

8. De transmissiesysteembeheerder stelt systeemgebruikers in de gelegenheid om binnen zes weken na publicatie van het voornemen een schriftelijke reactie te geven op het voornemen. De transmissiesysteembeheerder zendt een afschrift van de ontvangen reacties op het voornemen aan de ACM.

9. De transmissiesysteembeheerder geeft niet eerder uitvoering aan het voornemen dan nadat:

a. de ACM heeft beoordeeld of het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten plaatsvindt overeenkomstig de in het derde lid genoemde criteria;

b. de ACM en de betrokken buitenlandse nationale regulerende instantie(s) hebben vastgesteld welke technische en operationele maatregelen getroffen dienen te worden door de betrokken transmissiesysteembeheerders;

c. de ACM en de betrokken buitenlandse nationale regulerende instantie(s), hebben vastgesteld of en, zo ja, welke vergoedingsmaatregel vanwege het kostenveroorzakingsprincipe dient te worden getroffen ter vergoeding van het transport van gas tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders. De vergoedingsmaatregel beperkt de nadelige effecten op de inkomsten van de betrokken transmissiesysteembeheerders en voorkomt ongeoorloofde kruissubsidiëring tussen systeemgebruikers. Verder draagt de vergoedingsmaatregel bij aan kostenreflectieve tarieven.

10. Het in het negende lid, onderdelen a, b en c genoemde zal binnen een termijn van twaalf maanden worden uitgevoerd of sneller indien dat mogelijk is. De overschrijding van deze termijn laat de verplichting van de transmissiesysteembeheerder om niet eerder uitvoering te geven aan het voornemen dan nadat het in het negende lid, onderdelen a, b en c is doorlopen, onverlet. De ACM zal de uitkomsten van de in het negende lid, onderdelen a tot en met c bedoelde onderzoeken, op geschikte wijze bekendmaken.

11. Indien de transmissiesysteembeheerder het voornemen heeft om, anders dan vanwege marktintegratie, een entry- of exitpunt vast te stellen, dan geldt de hiernavolgende procedure:

a. De transmissiesysteembeheerder meldt dit voornemen aan de ACM uiterlijk twee maanden voordat zij uitvoering wil geven aan dit voornemen.

b. De ACM beoordeelt dit voornemen op een materieel effect voor de systeemgebruikers en deelt de uitkomst van deze beoordeling met de systeemgebruikers.

c. Indien er sprake is van een materieel effect zal de transmissiesysteembeheerder in overleg treden met de systeemgebruikers.

d. Indien er sprake is van een materieel effect zal de ACM binnen een termijn van drie maanden of sneller indien dat mogelijk is:

1°. beoordelen of het vaststellen van het entry- of exitpunt plaatsvindt overeenkomstig de in het derde lid genoemde criteria;

2°. vaststellen of en, zo ja, welke compenserende maatregel vanwege het kostenveroorzakingsprincipe dient te worden getroffen teneinde ongeoorloofde kruissubsidiëring tussen systeemgebruikers te voorkomen. De compenserende maatregel draagt bij aan kostenreflectieve tarieven.

12. De transmissiesysteembeheerder geeft niet eerder uitvoering aan haar voornemen, bedoeld in het elfde lid, dan dat de procedure in het elfde lid, onderdelen a tot en met d is doorlopen.

2.1.2 Entry- en exitcapaciteit

Omschrijving

Gecontracteerde entrycapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde exitcapaciteit geeft het recht om op een exitpunt een hoeveelheid gas per uur aan het transmissiesysteem te onttrekken.

Contractering en toewijzing

Entry- en exitcapaciteit wordt onderscheiden in verschillende capaciteitsproducten. De capaciteitsproducten verschillen wat betreft de aanvangsdatum en aanvangstijd, de duur waarvoor entry- of exitcapaciteit wordt gecontracteerd en de prijs die op het capaciteitsproduct van toepassing is.

Op interconnectiepunten biedt de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig artikel 9 van NC-CAM standaard jaarcapaciteitsproducten, standaard kwartaalcapaciteitsproducten, standaard maandcapaciteitsproducten, standaard dagcapaciteitsproducten en standaard within-day-capaciteitsproducten aan. Deze standaard capaciteitsproducten worden gecontracteerd en aan erkende balanceringsverantwoordelijken toegewezen door middel van een veiling als bepaald in NC-CAM.

Op binnenlandse entry- en exitpunten worden jaarcapaciteitsproducten, kwartaalcapaciteitsproducten, maandcapaciteitsproducten, dagcapaciteitsproducten en within-day-capaciteitsproducten onderscheiden. Jaar-, kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten hebben op binnenlandse entry- en exitpunten dezelfde aanvangsdatum, aanvangstijd en duur als de standaard capaciteitsproducten zoals beschreven in artikel 9 van NC-CAM, met uitzondering van jaarcapaciteitsproducten die elke gasmaand kunnen aanvangen. Op binnenlandse entry- en exitpunten, niet zijnde exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem, worden deze capaciteitsproducten gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken of aangeslotenen met exitcapaciteit toegewezen volgens het first come first served principe. Op binnenlandse exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem wordt de exitcapaciteit gecontracteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.2b tot en met 2.1.2e.

Regeling
Transportcode gas TSB
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
28-05-2026
BWB-id
BWBR0052323
Versie
2026-05-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl