wetzoeker

Besluit regels vervolgfuncties bewindspersonen

Besluit van 12 februari 2026, houdende invoering van regels met betrekking tot het loopbaanvervolg van bewindspersonen (Besluit regels vervolgfuncties bewindspersonen) [KetenID: WGK026980]

Soort
AMvB
Geldend vanaf
20-02-2026
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0052295
Versie
2026-02-20_0
SHA-256 bron
d97332be445b205c5c4dec0b1c9e8b504a56dda914ff1e1f79a4a9e40feeb8b2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.

Artikel 2

1 Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van een advies als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet regels gesteld met betrekking tot de procedure die wordt gevolgd vanaf het tijdstip dat het verzoek om advies is ingediend tot aan het tijdstip dat het advies is uitgebracht.

2 Een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet wordt enkel in behandeling genomen indien een hiertoe bestemd bij ministeriële regeling vastgesteld formulier is ingevuld, waarin naast naam, adres, woonplaats en telefoonnummer tenminste gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

a. het voormalige ministerie of de voormalige ministeries waarvoor de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon werkzaamheden heeft verricht;

b. beleidsterreinen van het eigen ministerie alsmede van andere ministeries waarbij de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon intensief en meer dan incidenteel betrokken is geweest;

c. het dienstverband dat, of de opdracht die, de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon wenst aan te gaan;

d. in hoeverre en op welke manier er tijdens de ambtsperiode contact is geweest met de toekomstige werkgever of opdrachtgever, en

e. andere relevante informatie die van belang kan zijn voor het advies.

3 Ten behoeve van een advies als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet worden door de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met e, verstrekt aan de Minister-President.

Artikel 3

1 De gegevens die zijn verstrekt ten behoeve van een advies als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet worden niet langer dan zes weken na het uitbrengen van het advies bewaard. Na afloop van deze termijn worden de gegevens vernietigd.

2 In afwijking van het eerste lid kunnen de gegevens met het oog op een procedure in rechte langer worden bewaard, voor zover dat voor dit doeleinde noodzakelijk is.

3 Adviezen als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet worden bewaard gedurende een periode van vijf jaar nadat ze zijn uitgebracht.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen in werking treedt.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit regels vervolgfuncties bewindspersonen.