wetzoeker

3.8.2 — Borgstelling valt onder terbeschikkingstellingsregeling Besluit ROW 2026

Borgstelling valt onder terbeschikkingstellingsregeling

Als de borgstelling onder de terbeschikkingstellingsregeling valt, is dit het geval vanaf het tijdstip van aangaan van de borgstellingsovereenkomst (HR 9 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR6345). De borgsteller passiveert op zijn werkzaamheidsbalans de met de borgstelling samenhangende verplichting zolang hij nog niet als borg is aangesproken. Zie voor het vormen van een voorziening paragraaf 3.8.4. De vermogensbestanddelen die de borg bezit, gaan door de borgstelling niet tot het werkzaamheidsvermogen behoren wanneer de borg door de schuldeiser wordt aangesproken een betaling te doen. Dat geldt ook als een niet in algehele of beperkte gemeenschap gehuwde echtgenoot een hypotheek laat vestigen op zijn pand ten behoeve van schulden van de van de andere echtgenoot. Dat pand blijft in box 1 (eigen woning) of box 3 (beleggingspand). Dit laatste kwam aan de orde bij de parlementaire behandeling van de terbeschikkingstellingsregeling (Kamerstukken I 1999/2000, 26 727 en 26 728, nr. 202a, p. 112–113). De te activeren regresvordering ontstaat als de borg de schuld voldoet (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784).

Regeling
Besluit ROW 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-01-2026
BWB-id
BWBR0052230
Versie
2026-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl