wetzoeker

3.8.1 — Borgstelling in kapitaalsfeer Besluit ROW 2026

Borgstelling in kapitaalsfeer

Als een borg het uit de borgstelling voortvloeiende risico aanvaardt met de bedoeling het belang van zijn vennootschap te dienen in zijn hoedanigheid van aandeelhouder, is sprake van een (onzakelijke) borgstelling in de kapitaalsfeer. Een borgstelling valt niet onder de terbeschikkingstellingsregeling als deze zich in de kapitaalsfeer afspeelt. Bij natuurlijke personen zal de afwikkeling van de borgstelling (en de eventuele regresvordering) dan plaatsvinden in de kapitaalsfeer en zal daarmee binnen het bereik van het aanmerkelijkbelangregime vallen. Een verlies kan niet ten laste van het resultaat uit een werkzaamheid worden gebracht.

Borgstellingen zullen zich in vrijwel alle gevallen in de kapitaalsfeer afspelen. Daarvan zal bijvoorbeeld sprake zijn als:

– de aandeelhouder – mede gezien zijn vermogenspositie of die van de vennootschap – door borg te staan jegens deze vennootschap in wezen geen reële prestatie verricht;

– het risico dat de aandeelhouder met de borgstelling loopt door een onafhankelijke derde, onder vergelijkbare omstandigheden, bij geen enkele in wezen niet-winstdelende borgstellingsvergoeding zou zijn genomen; of

– de aandeelhouder de borgstelling onder zodanige omstandigheden is aangegaan dat, naar hem al aanstonds duidelijk moet zijn geweest, hij voor het geheel of voor een gedeelte van de schuld waarop de borgstellingsovereenkomst betrekking heeft, zal worden aangesproken.

De omstandigheid dat een bank borgstelling eist om te voorkomen dat de aandeelhouder gelden aan de vennootschap onttrekt, is onvoldoende om een borgstelling als zakelijk aan te merken. Normaliter verlangt een schuldeiser een borgstelling om op de borg de schuld van de schuldenaar te kunnen verhalen voor het geval de schuldenaar zelf in gebreke blijft. Als de bank op andere gronden dan om de schulden van de vennootschap bij het in gebreke blijven van de vennootschap te kunnen verhalen een borgstelling verlangt, is dit onvoldoende om de borgstelling als zakelijk aan te merken. (vgl. HR 25 april 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2740). Er is aanleiding te veronderstellen dat de borgstelling zich in de kapitaalsfeer bevindt indien geen (niet in wezen van de winst van de vennootschap afhankelijke) vergoeding kan worden bepaald waartegen een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde aansprakelijkheid te aanvaarden, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden (zie hiervoor HR 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2984). Als de voor borgstelling geldende formaliteiten niet in acht worden genomen, kan dat een belangrijke aanwijzing zijn dat sprake is van een onzakelijke borgstelling.

Regeling
Besluit ROW 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-01-2026
BWB-id
BWBR0052230
Versie
2026-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl