wetzoeker

3.7.2.2 — Leningsvoorwaarden niet te verzakelijken: onzakelijke lening Besluit ROW 2026

Leningsvoorwaarden niet te verzakelijken: onzakelijke lening

Als het onder de overeengekomen voorwaarden niet mogelijk is een zakelijk (in wezen niet-winstdelend) rentepercentage vast te stellen, waarbij een onafhankelijke derde nog bereid zou zijn om een lening onder overigens dezelfde voorwaarden te verstrekken, dan is – behoudens bijzondere omstandigheden (HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9156) – sprake van een onzakelijke lening. Er geldt dan dat de geldverstrekker een debiteurenrisico loopt dat een (onafhankelijke) derde niet zou hebben genomen. Of een geldverstrekking voor de heffing van de inkomstenbelasting kwalificeert als een onzakelijke lening moet worden beoordeeld vanuit het oogpunt van de crediteur.

Een lening wordt in haar geheel beoordeeld. Splitsing van een lening in een zakelijk en onzakelijk deel is niet mogelijk. Is sprake van afzonderlijke geldverstrekkingen die niet zijn vastgelegd in een leningsovereenkomst, dan moet de zakelijkheid per geldverstrekking afzonderlijk worden beoordeeld.

Als sprake is van een onzakelijke lening, moet bij de vaststelling van de fiscale jaarwinst de rente (als vuistregel) worden gesteld op de rente die de debiteur (de vennootschap) zou moeten vergoeden, als zij met een borgstelling van de crediteur onder overigens gelijke voorwaarden van een derde zou lenen (HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442).

Als de crediteur geen betere kredietwaardigheid heeft dan de debiteur voegt de fictieve borgstelling niets toe. In dat geval kan in ieder geval niet meer dan de risicovrije rente op de geldlening in aanmerking worden genomen.

Een afwaardering kan, vanwege het op onzakelijke gronden aanvaarde debiteurenrisico, niet ten laste van het resultaat worden gebracht.

Regeling
Besluit ROW 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-01-2026
BWB-id
BWBR0052230
Versie
2026-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl