wetzoeker

3.7.2.1 — Kwalificatie geldverstrekking Besluit ROW 2026

Kwalificatie geldverstrekking

Voor de fiscale duiding van een geldverstrekking is het civiele recht het uitgangspunt (HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442). Een belangrijk element is de terugbetalingsverplichting. Als een terugbetalingsverplichting onderdeel uitmaakt van de geldverstrekking, zal veelal sprake zijn van een schuldvordering. Deze leningen vallen onder de terbeschikkingstellingsregeling, mits sprake is van een omstandigheid omschreven in de artikelen 3.91 of 3.92 Wet IB 2001, bijvoorbeeld als de lening is verstrekt aan de eigen vennootschap.

Sommige leningen hebben niet het karakter van het verstrekken van vreemd vermogen, maar het verstrekken van eigen vermogen. Deze leningen worden afgewikkeld in de kapitaalsfeer. Het gaat hierbij om de volgende typen leningen:

– Schijnlening: een lening die slechts in schijn bestaat, omdat partijen in werkelijkheid een kapitaalverstrekking hebben willen overeenkomen en geen overeenkomst van geldlening.

– Deelnemerschapslening: een lening die aan drie cumulatieve voorwaarden voldoet: winstafhankelijkheid van de vergoeding, achterstelling bij alle concurrente crediteuren en het ontbreken van een vaste looptijd.

– Bodemlozeputlening: een lening waarvan op het moment van de geldverstrekking al duidelijk is dat de opgenomen gelden niet kunnen of zullen worden terugbetaald.

Regeling
Besluit ROW 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-01-2026
BWB-id
BWBR0052230
Versie
2026-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl