wetzoeker

3.6 — Terbeschikkingstelling in de voorperiode aan een vennootschap in oprichting Besluit ROW 2026

Terbeschikkingstelling in de voorperiode aan een vennootschap in oprichting

In de voorperiode van een vennootschap kan al sprake zijn van het ter beschikking stellen in de zin van artikel 3.92, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001. Tijdens de voorperiode wordt de belastingplichtige/oprichter aangemerkt als aanmerkelijkbelanghouder in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. Hij heeft immers het recht om alle nog te creëren aandelen in zijn vennootschap te verwerven terwijl het economische belang van de nog uit te geven aandelen al bij hem berust. Dat er in juridische zin in de voorperiode nog geen aandelen zijn uitgegeven, acht ik van ondergeschikte betekenis. In het verlengde daarvan is de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing als er in de voorperiode een schuldvordering aanwezig is. Voor de volledigheid merk ik op dat de vennootschap in oprichting de met de voorperiode samenhangende rente voor de winstbepaling in aanmerking kan nemen. Als de vennootschap niet tot stand komt, heeft de vennootschap niet bestaan en daardoor de vordering ook niet. Van het ter beschikking stellen van vermogen is dan nooit sprake geweest. In het geval er andere vermogensbestanddelen ter beschikking zijn gesteld, zoals een pand, geldt hetzelfde.

Regeling
Besluit ROW 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-01-2026
BWB-id
BWBR0052230
Versie
2026-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl