wetzoeker

Artikel 5.7 Wet collectieve warmte

Niet uit kunnen voeren van een taak

1 Een warmtetransportbeheerder meldt Onze Minister en de Autoriteit Consument en Markt onmiddellijk als redelijkerwijs te voorzien is dat de warmtetransportbeheerder een taak als bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, niet langer kan uitvoeren.

2 Een warmtetransportbeheerder meldt Onze Minister en de Autoriteit Consument en Markt op korte termijn na de melding:

a. welke maatregelen de warmtetransportbeheerder heeft genomen om de taak wederom uit te kunnen voeren of te voorkomen dat de warmtetransportbeheerder de taak niet kan uitvoeren;

b. wanneer in voorkomend geval de warmtetransportbeheerder de taak weer uit zal kunnen voeren.

3 De Autoriteit Consument en Markt kan de warmtetransportbeheerder opdragen maatregelen te treffen indien redelijkerwijs kan worden voorzien dat de warmtetransportbeheerder een taak niet langer kan uitvoeren.

4 De warmtetransportbeheerder volgt de opdracht op grond van het derde lid op.

5 De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen aan de opdracht verbinden.

6 De Autoriteit Consument en Markt kan bij besluit vaststellen dat de warmtetransportbeheerder:

a. niet langer in staat is een taak uit te voeren;

b. in strijd handelt met het vierde lid.

Regeling
Wet collectieve warmte
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-02-2026
BWB-id
BWBR0052212
Versie
2026-02-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl