wetzoeker

Artikel 4.4 Wet collectieve warmte

Wijziging, intrekking en overdragen van een vrijstelling en ontheffing

1 De vrijstelling op grond van artikel 4.1, tweede lid, en 4.3, tweede lid, geldt niet langer of het college kan een ontheffing als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, intrekken indien de verhuurder, vereniging van eigenaars of daarmee vergelijkbare rechtsvorm:

a. de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt;

b. in de aanvraag om een ontheffing of in de melding, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, en 4.3, eerste lid, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

c. hierom verzoekt.

2 De vrijstelling of ontheffing wordt niet ingetrokken voordat:

a. voor een andere verhuurder een vrijstelling geldt of aan een andere verhuurder op grond van artikel 4.2, eerste lid, een ontheffing is verleend;

b. voor een andere verhuurder of voor een ander warmtebedrijf op grond van artikel 3.1, vierde lid, een vrijstelling geldt, of aan een ander warmtebedrijf op grond van artikel 3.2, eerste lid, een ontheffing is verleend voor het gebied waarop de ingetrokken ontheffing betrekking heeft, of

c. een warmtebedrijf een aanwijzing heeft verkregen voor het gebied waarop de ingetrokken vrijstelling of ontheffing betrekking heeft.

Regeling
Wet collectieve warmte
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-02-2026
BWB-id
BWBR0052212
Versie
2026-02-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl