wetzoeker

Artikel 4.2 Wet collectieve warmte

Meldplicht, vrijstelling en ontheffing

1 Het college kan op aanvraag van een verhuurder of een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm voor de levering en het transport van warmte, bedoeld in artikel 4.1, derde lid, voor minimaal 20 en maximaal 30 jaar een ontheffing verlenen van artikel 1.2, eerste lid. In de ontheffing wordt het gebied aangegeven waarvoor de ontheffing geldt.

2 Het college beslist uitsluitend afwijzend op een aanvraag om een ontheffing indien:

a. het aangewezen warmtebedrijf aannemelijk heeft gemaakt dat door de ontheffing het aangewezen warmtebedrijf structureel geen redelijk rendement meer kan behalen;

b. het aangewezen warmtebedrijf aannemelijk heeft gemaakt dat door de ontheffing de tarieven voor de resterende verbruikers van de collectieve warmtevoorziening van het aangewezen warmtebedrijf significant verhoogd zullen moeten worden.

4 Het college kan aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:

a. de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend en de bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden;

b. de termijn waarbinnen het college een besluit tot ontheffing neemt;

c. de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede lid;

d. de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid.

Regeling
Wet collectieve warmte
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-02-2026
BWB-id
BWBR0052212
Versie
2026-02-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl