wetzoeker

Artikel 2.6 Wet collectieve warmte

Aanwijzing van een ander warmtebedrijf dan een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap tijdens de ingroeiperiode

1 Het college kan tot tien jaar na inwerkingtreding van dit artikel ook een ander warmtebedrijf dan een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap de mogelijkheid geven een aanvraag in te dienen om aangewezen te worden op grond van artikel 2.7, eerste lid, indien:

a. naar aanleiding van de mededeling, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap binnen de termijn, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, geen voornemen kenbaar heeft gemaakt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, in te dienen;

b. een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, een aanvraag als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, heeft ingediend, of

c. een aanvraag als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap is afgewezen.

2 Indien het college gebruik maakt van de bevoegdheid op grond van het eerste lid, doet het college mededeling in de Staatscourant en op een andere geschikte wijze van de mogelijkheid voor een ander warmtebedrijf dan een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap om binnen een door het college te bepalen termijn een aanvraag in te dienen om aangewezen te worden op grond van artikel 2.7, eerste lid.

Regeling
Wet collectieve warmte
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-02-2026
BWB-id
BWBR0052212
Versie
2026-02-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl