wetzoeker

Artikel 13.3 Wet collectieve warmte

Bestaande collectieve warmtevoorzieningen

1 In afwijking van artikel 13.2 wijst het college maar één warmtebedrijf aan voor de gebieden, bedoeld in artikel 13.2, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, indien:

a. zonder samenvoeging van de gebieden de collectieve warmtevoorziening in het ene gebied afhankelijk is van de toegang tot de collectieve warmtevoorziening van het andere gebied om warmte te kunnen leveren aan verbruikers, en

b. in deze gebieden hetzelfde warmtebedrijf warmte levert. Indien niet hetzelfde warmtebedrijf warmte levert maar verschillende groepsmaatschappijen behorende tot dezelfde groep, geven deze groepsmaatschappijen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde termijn na inwerkingtreding van dit artikel aan welke van deze groepsmaatschappijen het aangewezen warmtebedrijf zal zijn. Artikel 13.2, zesde, achtste tot en met elfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2 De gebieden, bedoeld in het eerste lid, aanhef, worden aangemerkt als warmtekavel met dien verstande dat de warmtekavel niet aaneengesloten hoeft te zijn.

3 Het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien het college en het aangewezen warmtebedrijf overeen zijn gekomen dat de gebieden niet worden samengevoegd.

4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de omstandigheden waarin er sprake is van afhankelijkheid van de toegang, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

Regeling
Wet collectieve warmte
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-02-2026
BWB-id
BWBR0052212
Versie
2026-02-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl