wetzoeker

Artikel 12.9 Wet collectieve warmte

Overige bepalingen

1 Het koninklijk besluit waarmee de in artikel 13.32, derde tot en met negende lid, genoemde artikelen in werking treden, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

2 Tegelijk met het overleggen van het ontwerp van het koninklijk besluit waarmee de in de artikel 13.32, derde lid, genoemde artikelen in werking treden, zendt Onze Minister aan de Staten-Generaal een rapport van een onderzoek naar de relatieve betaalbaarheid van collectieve warmte, bedoeld in artikel 12.8, en zijn bevindingen naar aanleiding van dit rapport.

3 Tegelijk met het overleggen van het ontwerp van het koninklijk besluit waarmee de in de artikel 13.32, vijfde lid, genoemde artikelen in werking treden, zendt Onze Minister aan de Staten-Generaal een rapport van een onderzoek naar de relatieve betaalbaarheid van collectieve warmte, bedoeld in artikel 12.8, en zijn bevindingen naar aanleiding van dit rapport.

4 De voordracht voor een krachtens de artikelen 7.1, zesde lid en zevende lid, onderdeel c, 7.2, derde en vijfde lid, 7.3, vijfde en achtste lid, 7.6, zesde lid, 7.7, zesde lid, 7.9, zesde lid, 7.13, vijfde lid, 7.15, zesde lid, 7.18, vijfde lid, 7.19, derde lid, 7.22, achtste en negende lid, onderdeel b, 7.23, derde en zesde lid, 7.24, vijfde en achtste lid, 7.27, zesde lid, 7.29, zesde lid, 7.31, vijfde lid, 7.32, derde lid, en 7.34, vijfde lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Regeling
Wet collectieve warmte
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-02-2026
BWB-id
BWBR0052212
Versie
2026-02-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl