wetzoeker

Inspecties van opdrachten (Zie Par. 38) Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1, bij afkorting SKM1

A151. Voorbeelden van aangelegenheden in paragraaf 37 die het kantoor in overweging kan nemen bij het selecteren van afgeronde opdrachten voor inspectie: • met betrekking tot de voorwaarden, gebeurtenissen, omstandigheden, handelingen of nalaten van handelingen die aanleiding geven tot kwaliteitsrisico’s: ○ de soorten opdrachten die het kantoor heeft uitgevoerd en de mate van ervaring met het uitvoeren van dergelijke opdrachten. ○ de soorten entiteiten waarvoor de opdrachten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld: ▪ entiteiten die beursgenoteerd zijn. ▪ entiteiten die actief zijn in opkomende sectoren. ▪ entiteiten die actief zijn in sectoren die geassocieerd worden met een hoge mate van complexiteit of oordeelsvorming. ▪ entiteiten die actief zijn in een sector die nieuw is voor het kantoor. ○ de termijn van betrokkenheid en ervaring van de opdrachtpartners. • de resultaten van eerdere inspecties van voltooide opdrachten, waaronder voor elke opdrachtpartner. • met betrekking tot andere relevante informatie: ○ klachten of beschuldigingen betreffende een opdrachtpartner. ○ de resultaten van externe inspecties, waaronder de resultaten voor elke opdrachtpartner. De resultaten van de evaluatie door het kantoor van de commitment van elke opdrachtpartner aan kwaliteit.

A152. Het kantoor kan meerdere monitoringactiviteiten ondernemen, anders dan inspectie van afgeronde opdrachten, met als focus vast te stellen of opdrachten hebben voldaan aan beleid of procedures. Deze monitoringactiviteiten kunnen worden ondernomen met betrekking tot bepaalde opdrachten of opdrachtpartners. De aard en omvang van deze monitoringactiviteiten, en de resultaten ervan, kunnen door het kantoor worden gebruikt om te bepalen:

• welke afgeronde opdrachten moeten worden geselecteerd voor inspectie;

• welke opdrachtpartners voor inspectie moeten worden geselecteerd;

• hoe frequent een opdrachtpartner voor inspectie moet worden geselecteerd; of

• welke aspecten van de opdracht in overweging moeten worden genomen bij het uitvoeren van de inspectie van afgeronde opdrachten.

A153. De inspectie van afgeronde opdrachten voor opdrachtpartners op cyclische basis kan het kantoor helpen bij het monitoren of opdrachtpartners hun algehele verantwoordelijkheid hebben vervuld voor het managen en bereiken van kwaliteit met betrekking tot de opdrachten waaraan zij zijn toegewezen.

Voorbeeld van hoe een kantoor een cyclische basis kan toepassen op de inspectie van voltooide opdrachten voor elke opdrachtpartner: Het kantoor kan beleid of procedures vaststellen voor de inspectie van voltooide opdrachten die: • de standaardperiode van de inspectiecyclus vastleggen, zoals de inspectie van een afgeronde opdracht voor elke opdrachtpartner die controles van financiële overzichten uitvoert eens in de drie jaar, en voor alle andere opdrachtpartners eens in de vijf jaar; • de criteria uiteenzetten voor het selecteren van afgeronde opdrachten alsook het criterium dat voor een partner die controles van financiële overzichten uitvoert, de geselecteerde opdracht(en) een controleopdracht omvat(ten); • de selectie van de opdrachtpartners onvoorspelbaar maakt; en • de afwijking ten opzichte van de standaardperiode volgens het beleid regelen, wanneer het passend is om opdrachtpartners eerder of later te selecteren, zoals: ○ het kantoor kan opdrachtpartners vaker selecteren dan de standaardperiode die in de beleidslijn van het kantoor is vastgesteld, indien: ▪ het kantoor meerdere tekortkomingen heeft vastgesteld die als ernstig zijn geëvalueerd en bepaalt dat voor alle opdrachtpartners een frequentere cyclische inspectie nodig is; ▪ de opdrachtpartner opdrachten uitvoert voor entiteiten die actief zijn in een bepaalde sector waarin sprake is van een hoge mate van complexiteit of oordeelsvorming; ▪ een opdracht die de opdrachtpartner heeft uitgevoerd het onderwerp is geweest van andere monitoringactiviteiten en de resultaten van de andere monitoringactiviteiten waren niet bevredigend; ▪ de opdrachtpartner een opdracht heeft uitgevoerd voor een entiteit die actief is in een sector waarin de opdrachtpartner beperkte ervaring heeft; ▪ de opdrachtpartner een nieuw benoemde opdrachtpartner is, of onlangs vanuit een ander kantoor of rechtsgebied tot het kantoor is toegetreden. ○ het kantoor kan de selectie van de opdrachtpartner uitstellen (bijvoorbeeld door deze met een jaar uit te stellen na de standaardperiode die in de beleidslijn van het kantoor is vastgelegd) indien: ▪ de opdrachten die de opdrachtpartner heeft uitgevoerd het onderwerp zijn geweest van andere monitoringactiviteiten tijdens de standaardperiode; en ▪ de resultaten van de andere monitoringactiviteiten voldoende informatie over de opdrachtpartner verschaffen (d.w.z. het is onwaarschijnlijk dat het uitvoeren van de inspectie van afgeronde opdrachten het kantoor verdere informatie over de opdrachtpartner zal verschaffen).

A154. De zaken die bij de inspectie van een opdracht in overweging worden genomen, hangen af van de wijze waarop de inspectie zal worden gebruikt om het kwaliteitsmanagementsysteem te monitoren. De inspectie van een opdracht omvat gewoonlijk het vaststellen dat maatregelen op het niveau van de opdracht (bijvoorbeeld het beleid en procedures van het kantoor die betrekking hebben op opdrachtuitvoering), zijn geïmplementeerd zoals opgezet, en effectief werken.

Regeling
Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1, bij afkorting SKM1
Afkortingen
SKM1
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0052132
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl