wetzoeker

3 — Op te leggen of te eisen sancties Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen

Op te leggen of te eisen sancties

De volgende straffen en maatregelen kunnen op grond van artikel 257a, tweede lid, Sv door de officier van justitie worden opgelegd:

− een taakstraf van ten hoogste 180 uren;

− een geldboete;

− onttrekking aan het verkeer;

− een schadevergoedingsmaatregel;

− een ontzegging van de rijbevoegdheid voor ten hoogste zes maanden.

Daarnaast kunnen op grond van artikel 257a, derde lid, Sv aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die onder meer kunnen inhouden het doen van afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Nog niet alle sanctiemodaliteiten zijn in de praktijk onder de strafbeschikking gebracht. Voor de laatste stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de sanctiemodaliteiten wordt verwezen naar de Aanwijzing OM-strafbeschikking.

In deze richtlijn zijn bepaalde sancties afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden.

Bij de feitcodes die misdrijven betreffen is bij een enkel feit geen sanctie opgenomen. Dit betreft een feit (OM-feit) waarvoor de specifieke omstandigheden van het misdrijf maatwerk vereisen. Daarnaast is onder de misdrijven een aantal feitcodes opgenomen die betrekking hebben op de WWM. Hier zijn wel vaste boetebedragen voor opgenomen.

Regeling
Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0052124
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl