wetzoeker

Besluit mandaat directeur Dienst Financieel-Economische Integriteit op het terrein van de Wet politiegegevens

Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën van 16-12-2025 2025-0000527884 houdende de verlening van mandaat aan de directeur Dienst Financieel-Economische Integriteit op het terrein van de Wet politiegegevens

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Openbare orde en veiligheidsrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0052103
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
ee0f9cfa768986d25a3f05ef00b9b69f1d414afdf8d71581418a4b74dde5c60b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;

b. de minister: de Minister van Financiën;

c. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

d. de directeur: de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit;

e. boa: een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Dienst Financieel-Economische Integriteit;

f. het verwerken van politiegegevens: het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a en c, en artikel 2, van de Wet politiegegevens.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

a. volmacht om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; en

b. machtiging om in naam van de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3

Aan de directeur wordt mandaat verleend om de aan de secretaris-generaal toekomende bevoegdheden uit de Wet politiegegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren uit te oefenen.

Artikel 4

De directeur is gehouden de secretaris-generaal te informeren met betrekking tot:

a. politiek gevoelige zaken;

b. uitgevoerde (interne) audits;

c. gegevensverwerkingen waarbij uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling blijkt dat daaraan hoge restrisico's zijn verbonden, omdat daarvoor geen afdoende mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen;

d. datalekken waarbij sprake is van een maatschappelijk hoog risico.

Artikel 5

1 De directeur kan autorisatie verlenen aan de onder hem ressorterende boa’s en medewerkers die geen boa zijn.

2 De directeur dient aantoonbaar een systeem van autorisaties te beheren en te onderhouden.

3 Dit systeem van autorisaties waarborgt dat de politiegegevens uitsluitend worden verwerkt voor zover dat noodzakelijk is ten behoeve van de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de boa’s.

4 De directeur kan onder hem ressorterende medewerkers die geen boa zijn autoriseren voor specifieke vormen van verwerking van politiegegevens ter uitvoering van de bevoegdheden waarmee zij zijn belast.

Artikel 6

Van de krachtens dit besluit genomen besluiten wordt door de directeur verslag gedaan als onderdeel van het jaarverslag of eerder zodra daartoe aanleiding is.

Artikel 7

Besluiten die worden genomen op grond van dit mandaatbesluit, worden als volgt ondertekend:

De Minister van Financiën,

namens deze,

[naam],

[functie van de (onder)gemandateerde functionaris]

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.