wetzoeker

Bijlage 1 — Afwegingskader kindercentra (deel 1) Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES

Afwegingskader kindercentra

Gebruikte afkortingen:

Wko BES: Wet Kinderopvang BES

Bko BES: Besluit Kinderopvang BES

Rko BES: Regeling Kinderopvang BES

EV KO: Eilandsverordening Kinderopvang

Boetebedrag | Relevante artikelen

ADMINISTRATIE, PERSONEEL EN HUISVESTING

Administratie

Domein: exploitatievergunning | | Wko BES art. 2.1, eerste, tweede en zesde lid, aanhef en onder a

De houder heeft een exploitatievergunning. | $ 5.000 | Wko BES art. 2.1, eerste lid, Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder f, EV KO Bonaire, art. 7 en 8, EV KO Saba art. 4 en 5, en EV KO Sint Eustatius art. 6 en 7

Personeel en groepen

Domein: opleiding, scholing en ervaring | | Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b en d, tweede lid, aanhef en onder e, vierde lid, aanhef en onder b, en vijfde lid, aanhef en onder b, Bko BES art. 2.7 en 2.8, Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder j, k en l, art. 5, 6 en 7

Teamkwalificatie op locatieniveau Tot en met 31 december 2030: • minimaal de helft van de beroepskrachten op de locatie voldoet aan opleiding tot pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogisch component op niveau 3 of heeft een bewijsstuk dat aantoont dat de beroepskracht handelt op dit niveau • maximaal de helft is stagiair, beroepskracht-in-opleiding (beide met opleiding op niveau 3), of heeft een opleiding met pedagogisch component op mbo/CVQ 2 niveau. Vanaf 1 januari 2031 is deze verhouding respectievelijk twee-derde en een-derde. | $ 1.500 | Bko BES art. 2.15, eerste lid en art. 5.1, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder j en k

Er moet bij inzet van een stagiair of beroepskracht-in-opleiding binnen de teamkwalificatie altijd ook een beroepskracht op niveau 3 (de eerste categorie hierboven) op de groep staan. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.15, derde lid

Er is minstens een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.11 en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder l

Domein: verklaring omtrent het gedrag (VOG) | | Wko BES art. 2.8 m.u.v. eerste lid, aanhef en onder e

Iedereen die werkzaam of structureel aanwezig is op de locatie bezit een VOG. | $ 1.500 | Wko BES art. 2.8, eerste lid

De VOG was niet ouder dan drie maanden bij indiening en wordt tweejaarlijks geactualiseerd. | $ 1.000 | Wko BES art. 2.8, tweede lid

Indiening van de VOG geschiedt voorafgaand aan de werkzaamheden of structurele aanwezigheid op de locatie. | $ 1.000 | Wko BES art. 2.8, derde lid

De houder bewaart de VOG gedurende drie jaar. | $ 1.000 | Wko BES art. 2.8, vijfde lid, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder g

Domein: voertaal | | Wko BES art. 2.4, vijfde lid, aanhef en onder a, en art. 2.7

Bij kinderopvang in een kindercentrum wordt als voertaal Nederlands of Papiaments (Bonaire) of Engels of Nederlands (Sint Eustatius en Saba) gebruikt of mede een andere voertaal vanwege de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden. | $ 750 | Wko BES art. 2.7

Domein: aantal beroepskrachten en groepsgrootte | | Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b en c, tweede lid, aanhef en onder a en f, en vierde lid, aanhef en onder c en d

Het aantal beroepskrachten wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in de stam-, basis- of combinatiegroep. De verhouding tussen beroepskrachten en aantal kinderen is conform de bijlagen van het Besluit kinderopvang BES. | $ 1.500 | Bko BES art. 2.13, eerste en tweede lid

Minder beroepskrachten inzetten: • Bij tien uren dagopvang (of bso op vrije dagen), kunnen ten hoogste drie uren per dag minder beroepskrachten worden ingezet. • Bij de buitenschoolse opvang mag ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten worden ingezet. • Indien slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, is een volwassene beschikbaar die telefonisch bereikbaar is en binnen vijftien minuten aanwezig kan zijn in geval van een calamiteit (achterwacht). • Indien slechts één beroepskracht op het kindercentrum wordt ingezet, is ter ondersteuning ten minste één andere volwassene aanwezig. • De houder voldoet aan de voorwaarden waarin wordt bepaald wanneer beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden meegeteld bij de BKR. | $ 750 | Bko BES art. 2.13, derde t/m achtste lid

De houder kan de verhouding tussen het minimaal in te zetten aantal beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen aantonen door een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen. | $ 750 | Bko BES art. 2.14 en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder c

Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening houden met opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden. | $ 750 | Bko BES art. 2.15, tweede lid

Domein: herkenbare ruimtes en personen (stabiliteit) | | Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, aanhef en onder b en d, en vierde lid, aanhef en onder d en e

De opvang vindt plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in een stamgroep. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.12, eerste en tweede lid

Een kind maakt per week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes in de dagopvang. | $ 750 | Bko BES art. 2.12, zevende lid

De maximale grootte is afgestemd op de leeftijd van de kinderen in de stamgroep en voldoet aan de eisen uit het Besluit kinderopvang BES. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.12, derde en vierde lid

Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.26, vijfde lid

De exploitant deelt ouders en kind mee in welke stamgroep het kind zit en welke beroepskracht op welke dag bij de stamgroep hoort. | $ 250 | Bko BES art. 2.12, vijfde lid

Er wordt per stamgroep zoveel mogelijk gewerkt met vaste beroepskrachten. | $ 750 | Bko BES art. 2.12, zesde lid

Ieder kind krijgt een mentor toegewezen. De mentor is een beroepskracht op de stamgroep of basisgroep van het kind. | $ 500 | Bko BES art. 2.16

Er is een beroepskracht werkzaam die beschikt over een opleiding tot pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogisch component op niveau 4. Deze beroepskracht is minimaal 2,5 dagen per week werkzaam (dit geldt vanaf 1 januari 2031). | $ 1.000 | Bko BES art. 2.9

Huisvesting

Domein: huisvesting en ruimtes | | Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, en vierde lid, aanhef en onder h en i

De binnen- en buitenruimtes zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de kinderen. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.26, eerste lid

Er is minstens drie m2 binnenspeelruimte per kind aanwezig (voor bso: tot en met 31 december 2030 2,5 m2). | $ 1.000 | Bko BES art. 2.26, tweede lid, en art. 5.1, aanhef en onder b

Er is minstens drie m2 vaste, schaduwrijke buitenspeelruimte, die grenst aan de locatie, per kind aanwezig. | $ 750 | Bko BES art. 2.26, derde en achtste lid

De binnenruimtes dienen voor een gezond binnenmilieu te zijn voorzien van goede ventilatie. | $ 750 | Bko BES art. 2.26, vierde lid

Een kindercentrum beschikt voor kinderen tot anderhalf jaar over een afzonderlijke slaapruimte. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.26, zevende lid

VEILIGHEID, GEZONDHEID EN PEDAGOGISCH KLIMAAT

Veiligheid en gezondheid

Domein: veiligheids- en gezondheidsbeleid | | Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder d, en vierde lid, aanhef en onder a, en art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede en derde lid

De houder heeft een veiligheids- en gezondheidsbeleid (V&G) dat voldoet aan de eisen uit het Besluit kinderopvang BES. De houder zorgt ervoor dat conform het V&G-beleid wordt gehandeld. | $ 1.000 $ 250 per eis | Bko BES art. 2.4 en 2.5, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder h

De houder stelt het V&G-beleid schriftelijk vast, evalueert en stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid waar nodig bij. | $ 1.000 | Bko BES art. 2.5

Regeling
Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0052087
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl