wetzoeker

9.3 — Geen naheffing bij weggebruik tijdens schorsing motorrijtuig OVR Kaderbesluit mrb

Geen naheffing bij weggebruik tijdens schorsing motorrijtuig OVR

Bij een constatering dat met een motorrijtuig tijdens een schorsing (als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 6, Wegenverkeerswet 1994) gebruik van de weg wordt gemaakt, wordt de niet-betaalde belasting voor dit motorrijtuig nageheven. Artikel 35, Wet MRB 1994 geeft aan dat de na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak dat waarin gebruik van de weg is gemaakt.

Voor een motorrijtuig dat gebruik maakt van de overgangsregeling oldtimers geldt echter een tijdvak van een kalenderjaar. De belasting wordt berekend op basis van artikel 84a, tweede lid, van de wet en voor aanvang van het kalenderjaar betaald (artikel 84a, derde lid, onder e, van de wet). Een eventuele schorsing resulteert niet in een gedeeltelijke teruggave van belasting (artikel 84a, tiende lid, juncto artikel 19, van de wet). Wanneer in de maanden maart tot en met november van een kalenderjaar met een geschorst motorrijtuig gebruik van de weg wordt geconstateerd kan derhalve ook niet worden nageheven. Voor de OVR is de verschuldigde belasting immers al voor aanvang van het tijdvak (kalenderjaar) betaald.

Ten overvloede, als in januari, februari of december gebruik van de weg wordt gemaakt, wordt niet voldaan aan de voorwaarden van de OVR en kan wel een naheffingsaanslag op basis van artikel 84a, van de wet worden opgelegd.

Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:013:2024:3, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Regeling
Kaderbesluit mrb
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0052084
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl