wetzoeker

Artikel 3 Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025

Algemene bepalingen

Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:

a. de Koning en het Kabinet van de Koning;

b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges;

c. een minister of een staatssecretaris;

d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie;

e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;

f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;

g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR);

h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris.

Regeling
Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-07-2026
BWB-id
BWBR0051991
Versie
2026-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl