wetzoeker

Subsidieregeling beroeps- en belangenverenigingen decentraal bestuur 2026–2030

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 november 2025, nr. 2025-0000650840, houdende regels voor de subsidiëring van beroeps- en belangenverenigingen voor het decentraal bestuur (Subsidieregeling beroeps- en belangenverenigingen decentraal bestuur 2026–2030) [KetenID WGK027546]

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0051971
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
bb49315b3ec3091830886a66289e4f18e8337982b8464030d91b2d3bc8dc588a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Bijlage

Artikel 1

Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

De Minister kan voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, subsidie verstrekken aan:

a. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters;

b. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden;

c. De vereniging Statenlidnu;

d. De Vereniging van Gemeentesecretarissen;

e. De Vereniging van Griffiers;

f. De Vereniging van Rekenkamers;

g. De Wethoudersvereniging.

Artikel 3

1 De Minister kan aan een vereniging als bedoeld in artikel 2, een eenmalige subsidie verstrekken voor kosten die direct samenhangen met de voorbereiding en ontwikkeling van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid.

2 De Minister kan aan een vereniging als bedoeld in artikel 2, een meerjarige subsidie verstrekken voor kosten die worden gemaakt in de periode van 1 januari 2027 tot 1 januari 2031 die direct samenhangen met de volgende in dat tijdvak uit te voeren activiteiten:

a. opleidings- en ontwikkelactiviteiten op basis van een didactische visie met betrekking tot:

i. ambts- en vakspecifieke vaardigheden en kennis voor de beroepsgroep;

ii. oriëntatieprogramma en inwerkprogramma voor de beroepsgroep; en

iii. reflectie, intervisie en ontmoeting ter bevordering van het functioneren van de beroepsgroep.

b. het aanbieden van toegankelijke en begrijpelijke informatie aan de beroepsgroep;

c. het geven van advies en ondersteuning aan de beroepsgroep ter bevordering van de uitoefening van het ambt; en

d. Evaluatie onderzoek en het monitoren van de kwaliteit van de gesubsidieerde activiteiten.

3 Subsidie wordt niet verstrekt voor beleidsmatig onderzoek.

Het subsidieplafond

Artikel 4

1 Het subsidieplafond voor de voorbereiding en ontwikkeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, bedraagt tot 1 januari 2031 in totaal € 18.772.000.

2 Met uitzondering van de Vereniging van Gemeentesecretarissen wordt het subsidieplafond per vereniging, naast een basisbedrag voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en een bedrag voor het verzorgen van oriëntatie- en inwerkprogramma’s voor de beroepsgroep, nader onderverdeeld in maximumbedragen op basis van de volgende indicatoren:

a. de omvang van de beroepsgroep die de vereniging bedient;

b. de mate waarin de beroepsgroep gebruik maakt van de activiteiten van de vereniging; en

c. de mate waarin de vereniging aanverwante beroepsgroepen bedient.

3 Voor het Nederlands Genootschap van Burgemeesters bevat het subsidieplafond naast de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, een extra bedrag ter bekostiging van de specifieke ondersteuning voor burgemeesters.

4 De in het tweede en derde lid bedoelde bedragen zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

5 Het subsidieplafond bedraagt per jaar ten hoogste voor:

a) | Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters | € 1.158.900;

b) | De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden | € 618.100;

c) | De vereniging Statenlidnu | € 414.200;

d) | De Vereniging van Gemeentesecretarissen | € 100.000;

e) | De Vereniging van Griffiers | € 435.000;

f) | De Vereniging van Rekenkamers | € 460.000;

g) | De Wethoudersvereniging | € 568.200.

De subsidieverlening

Artikel 5

1 De aanvraag tot subsidieverlening voor de ontwikkeling van het ondersteunings- en opleidingsaanbod als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ingediend op uiterlijk 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

2 De aanvraag voor het meerjarige opleidings- en ondersteuningsaanbod op basis van een didactische visie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt op uiterlijk 1 november ingediend voorafgaand op de kalenderjaren waarop het betrekking heeft.

Voorschotverlening

Artikel 6

1 De Minister verstrekt een voorschot per boekjaar. Een boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar.

2 De Minister verstrekt een voorschot van ten hoogste 80% van de verleende subsidie, rekening houdend met het bestedings- of uitgavenpatroon in de aanvraag.

3 Het voorschot wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening verstrekt.

Egalisatiereserve

Artikel 7

1 De vereniging kan een egalisatiereserve vormen als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

2 Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.

3 De hoogte van de egalisatiereserve is ten hoogste 10% van het subsidiebedrag voor het betreffende boekjaar. Indien op 31 december van een boekjaar de egalisatiereserve meer dan 10% van het over dat jaar verstrekte subsidiebedrag bedraagt, dient het meerdere teruggestort te worden op de bankrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

4 De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Subsidievaststelling

Artikel 8

1 De vereniging dient de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk in op 1 juli na afloop van het laatste boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

2 Het verschil tussen het verleende bedrag en het bedrag zoals dat is vastgesteld, wordt binnen zes weken na vaststelling van de subsidie verstrekt of teruggevorderd.

Subsidievaststelling

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang van 1 januari 2031 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op de verantwoording en vaststelling van de subsidie.

Subsidievaststelling

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beroeps- en belangenverenigingen decentraal bestuur 2026–2030.

Bijlage

Bijlage

Tabel 1

Basisbudget | Omvang beroepsgroep | Gebruik | Inwerk en oriëntatieprogramma | Bedienen aanverwante doelgroepen | Specifieke ondersteuning burgemeesters | Totaal

Nederlands Genootschap van Burgemeesters: | € 200.000 | € 75.000 | € 83.900 | € 200.000 | | € 600.000 | € 1.158.900

Nederlandse Vereniging voor Raadsleden: | € 200.000 | € 300.000 | € 8.100 | € 75.000 | € 35.000 | | € 618.100

Wethoudersvereniging: | € 200.000 | € 200.000 | € 38.200 | € 75.000 | € 55.000 | | € 568.200

StatenlidNu: | € 200.000 | € 100.000 | € 34.200 | € 75.000 | € 5.000 | | € 414.200

Nederlandse Vereniging van Rekenkamers: | € 200.000 | € 100.000 | € 50.000 | € 75.000 | € 35.000 | | € 460.000

Vereniging van Griffiers: | € 200.000 | € 75.000 | € 50.000 | € 75.000 | € 35.000 | | € 435.000

Vereniging van gemeentesecretarissen: | | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | | | € 100.000