4.1.1 — Algemeen Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024
Algemeen
34. Vaste activa dienen te worden gewaardeerd op basis van historische kosten vanaf het moment dat aan de criteria voor activering is voldaan. Onder historische kosten wordt de prijsgrondslag kostprijs, te weten de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verstaan.
35. De verkrijgingsprijs van een actief is de prijs waartegen het is verworven. De verkrijgingsprijs bestaat uit de aankoopprijs inclusief alle direct toe te rekenen kosten om het actief voor gebruik geschikt te maken. Direct toe te rekenen kosten zijn bv. invoerrechten, leveringskosten en plaatsingskosten. Boeten of rente wegens te late levering maken geen onderdeel uit van de verkrijgingsprijs.
36. Het begrip vervaardigingsprijs is van toepassing op intern vervaardigde activa. De elementen die deel uitmaken van de vervaardigingsprijs zijn conform de elementen die in International Accounting Standard 16 (IAS 16) onder de vervaardigingsprijs vallen. Deze RAR onderscheiden de elementen in twee categorieën:
a) directe kosten;
b) rente.
a) Directe kosten
8 Directe kosten verwijst in dit onderdeel naar IAS16, niet naar de definitie van directe kosten in deze RAR.
Kosten worden als direct aangemerkt wanneer een aantoonbare causaliteit aanwezig is tussen de rechtstreeks toegerekende kosten en het vast actief. De volgende categorieën worden onderscheiden:
• materialen;
• interne uren; en
• diensten derden.
De kosten van materialen worden opgenomen tegen inkoopprijs en bijkomende kosten exclusief een interne winstopslag.
De kosten van interne uren als onderdeel van de vervaardigingsprijs zijn gebaseerd op een intern uurtarief exclusief een winstopslag. Het intern uurtarief bestaat uitsluitend uit de directe personeelslasten, zijnde brutosalarissen, werkgeverslasten en overige directe personeelskosten.
De kosten van diensten van derden worden opgenomen tegen inkoopprijs en bijkomende kosten.
b) Rente
Naast de directe kosten kan ook de rente op schulden worden opgenomen in de vervaardigingsprijs voor zover de schulden betrekking hebben het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. Het opnemen van rente op schulden in de vervaardigingsprijs is slechts aanvaardbaar voor kwalificerende activa, indien de aan die actiefpost verbonden toekomstige voordelen naar verwachting voldoende groot zijn om de boekwaarde van die post inclusief toegerekende rente te dekken en deze economische voordelen voldoende betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
37. Na de eerste verwerking tegen historische kosten, wordt vaste activa gewaardeerd tegen de kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen.
Afschrijvingen
38. Afschrijvingen worden berekend met behulp van de lineaire afschrijvingsmethode over de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen van het actief vinden plaats zolang de restwaarde van het actief niet bereikt is en het actief niet buiten gebruik is gesteld. De afschrijvingskosten dienen stelselmatig aan de gebruiksduur van het actief te worden toegerekend. Het af te schrijven bedrag wordt bepaald na aftrek van de restwaarde van het actief.
De gebruiksduur is niet gerelateerd aan (een deel van) de concessieperiode, tenzij zeker is dat het actief aan het einde van de concessieperiode geen restwaarde meer heeft én buiten gebruik gesteld moet worden (een volgende concessiehouder kan het actief dus niet overnemen).
Bijzondere waardeverminderingen
39. Indien de warmteleverancier in een bepaald verslagjaar van mening is dat mogelijk sprake is van een bijzondere waardevermindering (impairment), houdt hij bij welke omstandigheden hebben geleid tot de bijzondere waardevermindering en op welke wijze de bijzondere waardevermindering is bepaald.
40. De warmteleverancier richt zijn (financiële) administratie zodanig in dat hij – indien de ACM daar om verzoekt – een overzicht kan genereren waarin de bijzondere waardeverminderingen uit enig boekjaar worden uitgesplitst per actief met opgaaf van redenen.
Desinvesteringen
41. Een vast actief dient niet langer in de balans te worden opgenomen en aangemerkt te worden als desinvestering:
a) na vervreemding;
b) nadat het teniet is gedaan; of
c) bij buitengebruikstelling.
42. Lasten of baten die op enigerlei wijze samenhangen met desinvesteringen (bijvoorbeeld verkoopopbrengsten) dienen in de winst- en verliesrekening verwerkt te worden in het prijspeil van het jaar waar de rendementsdata betrekking op hebben.
43. Vanaf boekjaar 2023 richt de warmteleverancier zijn (financiële) administratie zodanig in dat hij – indien ACM daar om verzoekt – een overzicht kan genereren waarin de desinvesteringen uit enig boekjaar inzichtelijk worden gemaakt.
Leasing
44. Voor zover bij warmteleverancier sprake is van leases, dient de warmteleverancier deze in de rendementsdata op te nemen op dezelfde wijze waarop hij dat in zijn eigen administratie verwerkt.
Activering vs. onderhoud
45. Bestedingen na de ingebruikname van een gekocht of zelf vervaardigd actief (bijvoorbeeld de kosten voor onderhoud) dienen in principe als operationele kosten te worden verantwoord. Activering vindt slechts plaats indien:
a) sprake is van verlenging van een levensduur met minimaal vijf jaren;
b) het waarschijnlijk is dat de bestedingen zullen leiden tot een toename van de verwachte toekomstige economische voordelen; en
c) de vaststelling van de bestedingen en de toerekening aan het actief op een betrouwbare wijze kunnen geschieden.
- Regeling
- Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 27-06-2025
- BWB-id
- BWBR0051941
- Versie
- 2025-06-27_0