wetzoeker

Toelichting bij paragraaf 5.3.1 – Productie en inkoop van thermische energie Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024

De mate waarin deze geleverde warmte wordt afgenomen door verschillende typen afnemers is daarom een eerlijke verdeelsleutel voor de toerekening van kosten en activawaarde van deze activiteit aan de verschillende typen afnemers.

In veel gevallen hebben warmtebedrijven meerdere bronnen die thermische energie produceren voor hetzelfde net. De ACM kan zich enkele situaties voorstellen waarin een toerekening op basis van de totale afzet in GJ niet precies tot een eerlijke verdeling van de kosten van alle bronnen leidt. Mogelijk zou een specifiekere toerekening van de kosten per (type) bron tot een preciezere kostentoerekening leiden.

Redenen om een bepaald (type) bron toe te rekenen op basis van afzet van deze bron / dat type bron kunnen zijn:

• Soms zijn specifieke bronnen uitsluitend bestemd voor specifieke (typen) afnemers. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in situaties waarin bepaalde typen afnemers een lagere ‘service level agreement’ hebben afgesloten met de warmteleverancier dan standaard geldt (voor bijvoorbeeld de gereguleerde afnemers, op basis van de Warmtewet);

• Soms hebben specifieke (typen) afnemers een sterk afwijkend profiel, bijvoorbeeld wanneer zij géén warmte afnemen voor ruimteverwarming.

De situatie kan zich voordoen dat grootverbruikers korting krijgen op hun afname op basis van een staffel die in lijn ligt met de kortingen op de gasbelasting. ACM ziet deze kortingen niet als kostengebaseerd, en houdt bij de toerekening van kosten van energie dan ook geen rekening met deze kortingen.

De warmteleverancier kan beredeneren dat niet toerekenbare vaste productiekosten op basis van netcapaciteit toegerekend zouden moeten worden, omdat er immers veel vaste kosten zijn om productiecapaciteit beschikbaar te houden. De ACM vindt het vanuit het oogpunt van kostentoerekening gereguleerd/ongereguleerd eerlijker en praktischer om alle productiekosten op basis van verbruik toe te rekenen. De warmteleverancier kan immers inspelen op veranderingen in verbruik door multisourcing toe te passen en via optimalisatie van diverse bronnen met verschillende capex/opex de productiekosten te optimaliseren. Daarbij ontstaat er geen risico voor de warmteleverancier: alle kosten worden verdeeld in de kostentoerekening. Een mogelijk risico ontstaat pas op het moment dat productiekosten inefficiënt zijn.

De afstand tot de bron kan bij de ontwikkeling van een warmtenet een cruciale factor zijn in de bepaling van de kosten die gemaakt moeten worden om een bepaalde afnemers aan te kunnen sluiten. Dit ziet overigens vooral op netwerkkosten en in mindere mate op kosten van energie. Toch kiest de ACM ervoor om voor bestaande netten geen rekening te houden met de marginale kostenveroorzaking van specifieke afnemers op het warmtesysteem. Er is in een warmtenet altijd verschil in afstand tot een bron, en tegelijk is een bepaalde schaal (en dus ook afstand tot de bron) nodig om een warmtenet financieel haalbaar te maken, waar alle gebruikers aan bijdragen.

Regeling
Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
27-06-2025
BWB-id
BWBR0051941
Versie
2025-06-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl