wetzoeker

Kaderbesluit ABRO Rijksdienst

Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 december 2025, tot vaststelling van een kader houdende de instelling en toepassing van de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO 2026) (Kaderbesluit ABRO Rijksdienst)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0051910
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
69b95ae4e78be15a4e7acb6aca0a191e17e02cb276c381a05a8748d8552bdb29

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

§ 1 — Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

ABRO-voorschrift: het voorschrift Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, ook omschreven als ‘ABRO 2026’;

Bijzondere opdracht: een overheidsopdracht die raakt aan de nationale veiligheid, verstrekt aan een civiele partij als Opdrachtnemer, waarbij een Te Beschermen Belang betrokken is.

NBIV: Het Nationaal Bureau Industrieveiligheid als genoemd in artikel 2 van de Regeling Nationaal Bureau Industrieveiligheid;

Te beschermen belang: Personen, informatie, Systemen, materieel, goederen, imago en objecten, waarbij in geval van Compromittatie, of de mogelijkheid van Compromittatie, nadelige gevolgen, of een risico daarop, kan ontstaan voor de Vertrouwelijkheid, Beschikbaarheid en Integriteit van de primaire processen van de Rijksoverheid, delen daarvan of voor andere belangen van de Staat, van zijn bondgenoten of van één of meer ministeries. Te Beschermen Belangen zijn ingedeeld in een viertal categorieën (TBB 1 tot en met TBB 4, waarbij TBB 1 de zwaarst te beveiligen categorie is).

In dit besluit wordt een aantal begrippen met een hoofdletter aangeduid. Aan deze begrippen komt de betekenis toe die hieraan in dit artikel wordt toegekend. Begrippen in dit besluit, met een hoofdletter aangeduid, die niet in dit artikel worden genoemd, hebben de betekenis die daaraan wordt toegekend in de ABRO 2026.

§ 2 — ABRO en risicoanalyse nationale veiligheid

Artikel 2

De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie stellen gezamenlijk een voorschrift vast betreffende beveiligingsmaatregelen ten aanzien van Bijzondere opdrachten.

§ 2 — ABRO en risicoanalyse nationale veiligheid

Artikel 3

1 De ministers dragen er zorg voor dat bij de voorbereiding van een inkoopopdracht, indien het vermoeden bestaat dat sprake kan zijn van risico’s voor de nationale veiligheid, een quick-scan wordt verricht, en indien de quick-scan laat zien dat dergelijke risico’s aan de orde kunnen zijn, in een risicoanalyse wordt nagegaan of sprake is van een Bijzondere opdracht, en zo ja, dan dragen zij er zorg voor dat de risico’s voor de nationale veiligheid schriftelijk worden vastgelegd en tevens of deze risico’s voldoende beheerst kunnen worden met mitigerende maatregelen.

2 Een minister die constateert dat de risico’s voor de nationale veiligheid, bedoeld in het vorige lid, niet of onvoldoende beheerst kunnen worden met mitigerende maatregelen, past het ABRO-voorschrift toe op die voorgenomen Bijzondere opdracht.

3 Een minister die het ABRO-voorschrift heeft toegepast op een voorgenomen Bijzondere opdracht, dient een aanvraag in bij het NBIV om te onderzoeken of de desbetreffende opdrachtnemer aan het ABRO-voorschrift voldoet.

4 Indien het NBIV constateert dat toepassing van het ABRO-voorschrift leidt tot een disproportionele of onuitvoerbare situatie, dan vindt overleg plaats tussen de desbetreffende minister en NBIV hoe in een dergelijke uitzonderlijke situatie de proportionaliteit en uitvoerbaarheid met maatwerk het beste zijn gediend, waarbij de risico’s voor de nationale veiligheid voldoende worden beheerst of, bij uitblijven hiervan, de minister beperkte risicoacceptatie toepast.

5 Een minister geeft een voorgenomen Bijzondere opdracht niet aan een desbetreffende opdrachtnemer van wie uit het onderzoek van het NBIV, bedoeld in het derde lid, is gebleken dat die opdrachtnemer niet voldoet aan het ABRO-voorschrift.

6 Een minister kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vijfde lid.

§ 3 — Slotbepalingen

Artikel 4

In overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan worden afgeweken van het bepaalde in dit besluit, wanneer dit de effectiviteit van de met dit besluit beoogde doelen ten goede komt.

§ 3 — Slotbepalingen

Artikel 5

Dit besluit wordt uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd en vervolgens elke drie jaar.

§ 3 — Slotbepalingen

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Kaderbesluit ABRO Rijksdienst.

§ 3 — Slotbepalingen

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026. Uiterlijk 2 jaar na inwerkingtreding van dit kaderbesluit zullen de ministers hieraan uitvoering geven.