wetzoeker

3.3.2 — Beleggen in leningen Fondsenbesluit 2025

Beleggen in leningen

Er zijn fondsen die geldleningen verstrekken aan ondernemingen, waarbij het niet gaat om geldleningen waarmee direct of indirect invloed wordt of kan worden uitgeoefend op het dagelijks beleid van die onderneming of om geldleningen die een winstdelend karakter hebben. De vraag is of het verstrekken van leningen door deze fondsen als beleggen kwalificeert zoals bedoeld in de definitie van fgr.

Of sprake is van beleggen wordt beoordeeld naar de relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval. Het verstrekken van bovengenoemde leningen kwalificeert in ieder geval als beleggen zoals bedoeld in de definitie van het fgr, indien het fonds in de prospectus de volgende voorwaarden, of daarmee materieel bezien vergelijkbare voorwaarden, heeft opgenomen en ook feitelijk daar naar handelt:

a. Het beleggingsbeleid, het daarbij behorende risicokader en de specifieke risico’s die gelden voor het fonds zijn duidelijk omschreven.

b. Het fonds zal nooit meer dan:

1. 10% van het fondsvermogen uitlenen aan één enkele onderneming

8 Alle lichamen waarmee de onderneming is verbonden in een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of een soortgelijke buitenlandse regeling, worden in dit kader gezien als één enkele onderneming.

; of

2. 15% van het fondsvermogen investeren in geldleningen met een kredietwaardigheid van B+ of lager.

9 Op basis van een methodologie die in lijn is met die van standaardbeoordelingen van kredietwaardigheid uitgevoerd door Moody’s, Fitch of S&P Global Ratings.

Deze limieten worden steeds getoetst op het moment van het verstrekken van de geldlening. Hierbij worden ook verwachtingen ten aanzien van andere transacties in acht genomen, bijvoorbeeld als een andere geldlening op korte termijn zal worden terugbetaald. Indien het fonds op basis van de AFM-risicometer (Risicometer Beleggen) een rating heeft van 4 of lager is voldaan aan limiet b onder 2. Deze limieten zijn de eerste twee jaren na oprichting (opstartfase) niet van toepassing.

10 Hierdoor heeft het fonds in de opstartfase de ruimte om een portefeuille op te bouwen, die aan de limieten voldoet.

Onder fondsvermogen in voor- en hierna bedoelde zin wordt verstaan: het door de deelgerechtigden aan het fonds ter beschikking gestelde eigen vermogen van het fonds.

c. Het fonds maakt beperkt gebruik van vreemd vermogen voor de financiering van de (te verstrekken) geldleningen van het fonds. Hiervan is sprake als het fonds voldoet aan de twintig percent financieringslimiet uit artikel 28, tweede lid, onderdeel b, Wet VPB, en het daarop gebaseerde beleid.

d. Het fonds verstrekt geen winstafhankelijke vergoeding of een andere vorm van (de facto) prestatie-afhankelijke beloning aan de beheerder en ook niet aan andere partijen die werkzaamheden voor rekening en risico van het fonds uitvoeren.

e. De jaarlijkse beheerskosten van het fonds bedragen maximaal 1% van het fondsvermogen. Voor deze 1% limiet worden niet meegerekend als beheerkosten (1) de eventuele rentelasten die het fonds verschuldigd is op haar vreemd vermogen, en (2) de jaarlijkse kosten waarvan het fonds doet blijken dat zij verband houden met het streven naar een meetbare

11 Het fonds heeft een methodologie op basis waarvan deze impact wordt beoordeeld en rapporteert daarover aan haar investeerders.

positieve impact op ten minste één van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, de zogenoemde Sustainable Development Goals (SDG’s). Een verband tussen de beheerskosten en de SDG’s wordt aanwezig geacht voor zover het fonds de kosten niet had gemaakt als geen SDG-gerelateerde doelstelling zou zijn nagestreefd.

In het geval dat niet (meer) aan alle bovengenoemde fondsvoorwaarden is voldaan, betekent dit niet automatisch dat het verstrekken van de leningen niet (meer) kwalificeert als beleggen. Dit zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld, onder meer aan de hand van de betreffende fondsvoorwaarden. Hiertoe kan vooroverleg plaatsvinden.

12 Zie Besluit Fiscaal Bestuursrecht.

Ter voorkoming van misverstanden merk ik op dat voor de overige activiteiten van het fonds afzonderlijk beoordeeld zal moeten worden of die als beleggen kwalificeren. Dit betekent dat als (een van die) overige activiteiten van het fonds kwalificeren als ondernemen, het fonds geen FGR is.

Regeling
Fondsenbesluit 2025
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
03-12-2025
BWB-id
BWBR0051892
Versie
2025-12-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl