wetzoeker

Wet bescherming tegen discriminatie op de BES

Wet van 8 oktober 2025, houdende regels over onafhankelijke bijstand en individuele oordeelsvorming bij discriminatie en tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enige andere wetten in verband met de invoering van regels inzake gelijke behandeling in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet bescherming tegen discriminatie op de BES)

Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Internationaal publiekrecht, Mensenrechten
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0051827
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
6cd26953c6c1d5740f03ca2eb20e62361cd8b572e85d718f6389430acfe42d8d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (12)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII

Artikel I

1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor de beschikbaarstelling, inrichting, instandhouding en het functioneren van een voorziening in Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor onafhankelijke bijstand bij discriminatie.

2 In de voorziening worden de volgende taken uitgevoerd:

a.

1° ondersteuning aan personen bij de afwikkeling van hun klachten betreffende onderscheid als bedoeld in:

de Algemene wet gelijke behandeling;

de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;

de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte;

de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid;

artikel III van de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560);

artikel V van de Wet van 3 juli 1996 houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391).

2° ondersteuning aan personen bij de afwikkeling van hun klachten betreffende:

schending van artikel 1614aa van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES;

discriminatie als bedoeld in artikel 95c van het Wetboek van Strafrecht BES.

b. registratie van klachten inzake discriminatie als bedoeld in onderdeel a en jaarlijkse verslaglegging ter zake;

c. advisering over mogelijk te ondernemen stappen;

d. doorgeleiding naar andere hulpverlenende instanties;

e. bemiddeling; en

f. informatieverschaffing en voorlichting.

3 De voorziening heeft een protocol voor de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de voorziening en de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid.

4 Toegang tot de voorziening is gratis.

5 In de voorziening kunnen persoonsgegevens worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gegevens die worden verwerkt, aan wie deze gegevens worden verstrekt, hoe lang deze worden bewaard en hoe deze worden beveiligd.

Artikel II

Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling.

Artikel III

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a.

Artikel IV

Wijzigt de Wet College voor de rechten van de mens.

Artikel V

Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

Artikel VI

Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.

Artikel VII

Wijzigt de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Artikel VIII

Wijzigt de Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek en Ambtenarenwet ivm verbod tot maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur.

Artikel IX

Wijzigt de Uitvoeringswet EU-richtlijn 1999/70/EG (raamovereenkomst door het EVV, de UNICE en het CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd).

Artikel X

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel XI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel XII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bescherming tegen discriminatie op de BES.