wetzoeker

7.1 — Gearing Besluit vaststelling redelijk rendement warmteleveranciers 2026–2028

Gearing

115. ‘Gearing’ betreft de mate waarin een onderneming met vreemd vermogen is gefinancierd, uitgedrukt als fractie van het totale vermogen. Aangezien de WACC het gewogen gemiddelde is van de kostenvoet vreemd vermogen en de kostenvoet eigen vermogen, is het belangrijk om deze verhouding vast te stellen. Daarnaast is de gearing van belang bij het berekenen van de equity bèta, zoals in paragraaf 4.3 van dit besluit is uitgelegd. De ACM zal in deze paragraaf toelichten hoe zij de gearing bepaalt en wat de hoogte van de gearing is.

116. De ACM bepaalt de gearing op basis van de daadwerkelijke vermogensverhouding van warmteleveranciers. Hiermee wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de werkelijke situatie van warmteleveranciers. Hiermee sluit de ACM aan op een tussenuitspraak van het CBb

58 ECLI:NL:CBB:2022:184, ov. 6.5.3.

waarin het oordeelde dat de ACM de kostenvoet vreemd vermogen moet baseren op de daadwerkelijke gemiddelde kosten van vreemd vermogen van de warmteleveranciers.

117. De ACM verbetert de definitie voor de gearing. In het besluit redelijk rendement warmteleveranciers 2018–2025 van 22 augustus 2023 definieerde de ACM de gearing als de rentedragende schulden gedeeld door het totale vermogen van warmteleveranciers. In dit besluit wordt de rentedragende schuld gedeeld door de som van het eigen vermogen en de rentedragende schuld. De niet rentedragende schulden blijven daarmee buiten beschouwing. De ACM acht dit een verbetering, op basis van twee argumenten. Op de eerste plaats sluit de definitie beter aan op de rendementstoets. In deze toets wordt gekeken naar het rendement op de vaste activa oftewel het geïnvesteerd vermogen. Het is daarom logisch alleen de rentedragende schulden mee te tellen. De niet rentedragende schuld wordt in de regel enkel gebruikt om vlottende activa te financieren. Ten tweede sluit de ACM met deze definitie aan op de gangbare financieringstheorie van de gearing en de bèta, en bij de aanpak die de ACM in andere sectoren hanteert.

59 A. Damodaran, Valuation: Security Analysis for Investment and Corporate Finance, 2006.

118. De ACM gebruikt bij de berekening informatie uit de eerder beschreven dataset van 84 warmteleveranciers. De ACM laat warmteleveranciers met een negatief eigen vermogen en warmteleveranciers die geen rentedragende schulden hebben buiten beschouwing.

60 Uiteindelijk is de gearing berekend op basis van 45 observaties.

119. De ACM stelt de gearing vast conform de uitkomsten in tabel 9.

Tabel 9 Vermogensverhouding (gearing) 2026–2028

2026 | 2027 | 2028

Vermogensverhouding (vreemd vs. totaal vermogen) | 76,00% | 76,00% | 76,00%

Regeling
Besluit vaststelling redelijk rendement warmteleveranciers 2026–2028
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
17-11-2025
BWB-id
BWBR0051804
Versie
2025-11-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl