wetzoeker

5.4 — Onderzoek naar opslagen kostenvoet vreemd vermogen op basis van differentiatie naar grootte leverancier Besluit vaststelling redelijk rendement warmteleveranciers 2026–2028

Onderzoek naar opslagen kostenvoet vreemd vermogen op basis van differentiatie naar grootte leverancier

108. Zoals beschreven in paragraaf 4.4 heeft Vereniging Energie-Nederland op 2 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het besluit WACC warmteleveranciers van 23 augustus 2023 (nu: gewijzigd besluit redelijk rendement 2018–2025).

54 Besluit WACC warmteleveranciers, 23 augustus 2023, ACM/UIT/600827.

Tijdens de beroepsprocedure hebben de ACM en Vereniging Energie-Nederland op verzoek van het CBb deskundigen opdracht gegeven een onderzoeksrapport op te stellen over de invulling van het redelijk rendement door de ACM. Op de zitting van 12 november 2024 is afgesproken dat de ACM meer dan de in het besluit van 23 augustus 2023 gehanteerde 15 datapunten verzamelt om een opslag op de kostenvoet vreemd vermogen van kleinere warmteleveranciers te bepalen middels differentiatie naar grootte.

109. Volgens het deskundigenrapport zou differentiatie moeten leiden tot een opslag op de kostenvoet vreemd vermogen van kleinere warmteleveranciers, omdat de deskundigen aannemen dat kleinere partijen moeilijker met risico’s kunnen omgaan.

55 Pagina 8, rnr. 10 van het deskundigenrapport: “Voor wat betreft de omvang van warmtebedrijven: het is voor kleinere warmtebedrijven moeilijker om met risico’s om te gaan. Ze kunnen veel gemakkelijker in de problemen komen door zowel systematisch (beta) als niet-systematisch (dus idiosyncratisch) risico.”

De deskundigen nemen dus aan dat de kostenvoet vreemd vermogen hoger is naarmate een warmteleverancier kleiner is. Op grond van het proces-verbaal van de zitting van 12 november 2024 heeft de ACM deze stelling door middel van een grootschalig informatieverzoek onder Nederlandse warmteleveranciers onderzocht.

110. De resultaten van het onderzoek laten zien dat kleinere warmteleveranciers geen hogere gewogen gemiddelde kostenvoet vreemd vermogen hebben dan grotere warmteleveranciers. Deze empirische bevindingen staan haaks op de aannames van het deskundigenrapport. Op grond van deze uitkomsten ziet de ACM geen reden voor het toepassen van een opslag voor kleine warmteleveranciers op de kostenvoet vreemd vermogen. De verzameling, verwerking en analyse van de data zijn door de ACM gedetailleerd uiteengezet in hoofdstuk 5a van het gewijzigd besluit redelijk rendement 2018–2025 warmteleveranciers.

56 Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers

Regeling
Besluit vaststelling redelijk rendement warmteleveranciers 2026–2028
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
17-11-2025
BWB-id
BWBR0051804
Versie
2025-11-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl