wetzoeker

2.2.2 — Stap 2a en 2b: In kaart brengen van de zorgsituatie Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026

Stap 2a en 2b: In kaart brengen van de zorgsituatie

In deze stap onderzoeken we de actuele zorgsituatie; zie hiervoor stap 2 van het afwegingskader blijvende toegang (paragraaf 2.1.2).

Stap 2a: We stellen voor stap 2a ook vast of er sprake is van een licht verstandelijke beperking

19 Het gaat om mensen met een licht verstandelijke beperking in verband met de leerbaarheid, de mogelijkheid te profiteren van het behandelaanbod in de (SG)LVG behandelinstelling.

en gedragsproblemen.

Stap 2b: Voor jongvolwassenen die voortzetting LVG behandeling na jeugdzorg nodig hebben is er toegang tot de Wlz omdat de behandelaar heeft aangegeven dat voorzetting van deze behandeling noodzakelijk is. Dit geldt ook als we geen grondslag VG kunnen vaststellen. We brengen de actuele zorgsituatie in kaart, zodat we in stap 5b het best passende zorgprofiel kunnen vaststellen.

Licht verstandelijke handicap

20 In de wet- en regelgeving wordt gesproken over een verstandelijke handicap. In de DSM-5 en in het veld spreekt men van een (diagnose) verstandelijke beperking.

Een licht verstandelijke handicap valt onder de grondslag VG zoals beschreven in het hoofdstuk grondslagen. Er is sprake van een licht verstandelijke handicap als:

• De persoon een normscore van tussen de 50 en 75 behaalt op een algemene en voor die persoon valide intelligentietest, en

• Er dusdanige beperkingen in het adaptief functioneren zijn vastgesteld dat de persoon aangewezen is op blijvende ondersteuning om de deficiënties in het adaptief vermogen te beperken ten einde ernstig nadeel te voorkomen, en

• Deze beperkingen al tijdens de vroege

21 Handboek DSM-5 uitgebreide versie onder neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (verstandelijke beperkingen).

ontwikkelingsleeftijd ontstaan zijn; beperkingen in het cognitief en adaptief functioneren die na het 18e levensjaar ontstaan zonder aanwijzingen in de voorgeschiedenis passen niet bij het beeld van een persoon met een verstandelijke handicap

22 Soms is een intelligentietest nog niet afgenomen voor de 18e verjaardag, maar is op grond van de ontwikkelingsanamnese van de persoon aannemelijk dat de beperkingen reeds voor het 18e levensjaar aanwezig waren en kan worden uitgesloten dat er andere oorzaken zijn voor een achteruitgang in cognitief functioneren na het 18e levensjaar.

.

Op grond van historische overwegingen worden mensen met een IQ tussen de 75 en 85 ook gerekend tot de doelgroep LVG in het kader van deze integrale behandeling als wordt voldaan aan de volgende criteria:

• Een persoon behaalt een normscore van tussen de 75 en 85 op een algemene en voor die persoon valide intelligentietest, en

• Door de verstandelijke beperkingen heeft de persoon ernstige of zeer ernstige beperkingen in het adaptief vermogen. Daardoor is deze afhankelijk van intensieve ondersteuning op minimaal één van deze domeinen: het conceptuele, sociale en praktische domein. De ondersteuning is nodig om ernstig nadeel te voorkomen, en

• Deze beperkingen zijn gedurende de vroege

23 Soms is een intelligentietest nog niet afgenomen voor de 18e verjaardag, maar is op grond van de ontwikkelingsanamnese van de persoon aannemelijk dat de beperkingen reeds voor het 18e levensjaar aanwezig waren en kan worden uitgesloten dat er andere oorzaken zijn voor een achteruitgang in cognitief functioneren na het 18e levensjaar.

ontwikkelingsleeftijd ontstaan; beperkingen in het cognitief en adaptief functioneren die na het 18e levensjaar ontstaan zonder aanwijzingen in de voorgeschiedenis passen niet bij het beeld van een persoon met een verstandelijke beperking

24 Soms is een intelligentietest nog niet afgenomen voor de 18e verjaardag, maar is op grond van de ontwikkelingsanamnese van de persoon aannemelijk dat de beperkingen reeds voor het 18e levensjaar aanwezig waren en kan worden uitgesloten dat er andere oorzaken zijn voor een achteruitgang in cognitief functioneren na het 18e levensjaar.

.

Gedragsproblemen

Bij de doelgroep LVG gaat het om ernstige tot zeer ernstige gedragsproblemen, waardoor veel of continu sturing, regulering, behandeling, ondersteuning en toezicht nodig is. Er kan sprake zijn van (verbaal) agressief gedrag, destructief gedrag, manipulatief gedrag, ongecontroleerd en/of ontremd gedrag. Ook seksueel grensoverschrijdend gedrag kan voorkomen. Bij de doelgroep SGLVG is sprake van ernstige, complexe gedragsproblematiek. De bepaling van de ernst van de gedragsproblemen ontlenen we aan een medisch of gedragskundig rapport.

Regeling
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051798
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl