wetzoeker

2.2 — Afwegingskader tijdelijke toegang voor mensen met een licht verstandelijke handicap en gedragsproblemen Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026

Afwegingskader tijdelijke toegang voor mensen met een licht verstandelijke handicap en gedragsproblemen

Deze paragraaf beschrijft het afwegingskader voor meerderjarigen met een licht verstandelijke handicap en gedragsproblemen conform artikel 3.2.1, derde lid, Wlz.

Artikel 3.2.1, derde lid, Wlz: In afwijking van het eerste lid heeft een meerderjarige verzekerde recht op zorg voor zover hij vanwege een combinatie van een licht verstandelijke handicap en gedragsproblemen: a. Tijdelijk behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, of b. Volgens zijn behandelaar is aangewezen op het afmaken van een onder de Jeugdwet aangevangen behandeling met verblijf.

De hoofdregel is dat mensen alleen recht hebben op Wlz-zorg als zij blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. In artikel 3.2.1, derde lid, Wlz staat een uitzondering op deze regel.

Tekst uit de memorie van toelichting (bladzijde 13):

‘Uitzondering: volwassenen met een licht verstandelijke beperking (LVG)

In de HLZ-brief van 25 april 2013 staat dat de zzp’s LVG 1–5 voor kinderen tot achttien jaar onderdeel worden van de nieuwe Jeugdwet. Ook na het bereiken van de achttienjarige leeftijd kan nog behoefte zijn aan deze zorg, bijvoorbeeld omdat de behandeling die vóór het achttienjarige levensjaar is gestart nog niet is afgerond. Ook kan het voorkomen dat pas na het bereiken van de achttienjarige leeftijd wordt vastgesteld dat deze vorm van zorg de meest aangewezen is in verband met de gedragsproblematiek van de licht verstandelijk beperkte jongvolwassene. Het gaat hierbij om integrale behandelzorg in een verblijfssetting met permanent toezicht of 24 uur per dag zorg nabij die wordt ingezet voor een bepaalde periode. Na deze behandelperiode kan de cliënt zijn aangewezen op een andere vorm van zorg vanuit de Wlz danwel kan de cliënt worden ondersteund door de gemeente en/of zorgverzekeraar. Bij deze groep cliënten is er dus niet in alle gevallen sprake van een blijvende behoefte aan zorg. Toch heeft de regering het noodzakelijk geacht deze groep cliënten onder de reikwijdte van de Wlz te brengen. De continuïteit van de ingezette behandeling prevaleert, naar de mening van de regering, boven het bereiken van de leeftijd van achttien jaar. Tevens vindt de regering het van belang dat deze vorm van integrale behandelzorg ook beschikbaar is voor jongvolwassenen. De regering maakt daarom voor deze groep een uitzondering op het uitgangspunt dat er sprake dient te zijn van een blijvende zorgbehoefte.’

Het gaat hierbij om (jong)volwassenen die zijn aangewezen op integrale multidisciplinaire behandeling in een LVG of SGLVG behandelinstelling, zoals beschreven in de zorgprofielen voor maximaal 3 jaar (artikel 2.5 en artikel 3.2, eerste lid, Rlz). Deze integrale multidisciplinaire behandeling kan alleen worden geleverd binnen de hiertoe door het zorgkantoor gecontracteerde instellingen.

Voor de mensen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen, die een aanvraag doen op basis van artikel 3.2.1, derde lid, onder a, volgen we het afwegingskader in de linker kolom (stap 1a tot en met 5a).

Voor jongvolwassenen die voortzetting van de behandeling vragen aansluitend aan de Jeugdwet op basis van artikel 3.2.1, derde lid, onder b, geldt de rechterkolom (stap 1b tot en met 5b).

Voor hen is het alleen van belang dat:

• De behandelaar aangeeft dat voortzetting van de (integrale, multidisciplinaire) behandeling in een LVG-behandelinstelling noodzakelijk is, en

• Het CIZ onderzoek doet naar de actuele ziekte(s)/aandoening(en) en het actuele beeld van stoornissen en beperkingen (waaronder de ernst van de gedragsproblemen), en

• Het CIZ op basis van dit beeld het best passende zorgprofiel uit de reeks LVG indiceert, voor maximaal 3 jaar.

Regeling
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051798
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl