wetzoeker

2.1.6.1 — Het best passend zorgprofiel Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026

Het best passend zorgprofiel

In de Rlz (bijlage A bij artikel 2.1) zijn de zorgprofielen beschreven. De zorgprofielen zijn ingedeeld in sectoren, bijvoorbeeld verpleging en verzorging (VV), lichamelijk gehandicapt (LG) of Geestelijke gezondheidszorg Wonen (GGZ-W).

Het zorgprofiel moet passen bij de grondslag(en), stoornissen en beperkingen en de daaruit voortvloeiende actuele zorgbehoefte. Voor iedere grondslag is een reeks zorgprofielen beschikbaar. Het uitgangspunt is dat een zorgprofiel uit een sector gekozen wordt als de grondslag uit die sector aanwezig is. Als iemand meer dan één grondslag heeft, kijken we eerst naar de grondslag met de meeste invloed op de zorgbehoefte (zie hiervoor Hoofdstuk 3, Grondslagen, onder 3.2 Aandachtspunten). Als de bijbehorende profielen niet voldoende aansluiten bij de zorgbehoefte, kunnen we kiezen voor een profiel dat beter bij de actuele zorgbehoefte van de cliënt past. Dit kan als beperkingen elkaar beïnvloeden, of op grond van leeftijdsgebonden cliëntkenmerken of specifieke gedragsproblemen.

De grondslagen ‘somatische aandoening of beperking’ en ‘lichamelijke handicap’ kunnen bijvoorbeeld een vergelijkbare zorgbehoefte met zich meebrengen. Het verschil tussen de sectoren VV en LG heeft te maken met de aard van het begeleidingsdoel in relatie tot de levensfase. De zorgprofielen LG zijn meer gericht op stabilisatie en ontwikkeling, terwijl de zorgprofielen VV meer aandacht hebben voor begeleiding bij achteruitgang in de ouderenzorg. Soms past een VV-profiel het beste bij iemand met een grondslag lichamelijke handicap en andersom.

Zie ook bijlage 2, Specifieke criteria voor het bepalen van het passende zorgprofiel.

Regeling
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051798
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl