wetzoeker

Hoofdstuk 1 — Definities (deel 1) Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026

Definities

De begrippen in artikel 1.1.1 Wlz en artikel 1.1.1 Blz zijn ook op deze beleidsregels van toepassing.

In de Wlz staan enkele begrippen die relevant zijn voor de taken van het CIZ. Met onderstaande definities leggen we de betekenis van die begrippen en overige relevante begrippen vast voor de Beleidsregels indicatiestelling Wlz.

24 uur per dag zorg in de nabijheid

Dit is een vorm van beschikbaarheid van zorg die hoofdzakelijk bestaat uit passief toezicht. Er is geen noodzaak tot permanente actieve observatie. Het toezicht is nodig op zowel geplande als ongeplande zorgmomenten, waarbij de zorgverlener het initiatief moet nemen. Het gaat hierbij om:

• 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat de persoon zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en deze, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen, door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft; of

• 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat de persoon zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en deze, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen, door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.

Beperking

Deze beleidsregels van het CIZ bevatten zowel de woorden ‘beperking’ als ‘handicap’. Echter wordt de voorkeur gegeven aan het gebruik van het woord ‘beperking’ ten opzichte van ‘handicap’. Waar mogelijk wordt deze terminologie gebruikt.

Blijvende zorgbehoefte

Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals bedoeld in artikel 3.2.1 Wlz) wil zeggen dat deze behoefte niet meer over gaat. Het functioneren kan misschien wel verbeteren, maar zelfs als het verbetert, blijven de beperkingen zodanig dat permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig blijft.

Ernstig nadeel

Volgens artikel 3.2.1, tweede lid, sub c, Wlz is ernstig nadeel een situatie waarin iemand:

1. Zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;

2. Zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;

3. Ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;

4. Ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt.

Voor toegang tot de Wlz moeten deze situaties voortkomen uit fysieke problemen of zware regieproblemen die gerelateerd zijn aan minstens één van de grondslagen voor de Wlz. Er moet een reëel risico zijn, gebaseerd op onderbouwde verwachtingen voor deze ene persoon.

Het feit dat een bepaald gevaar bestaat of relatief vaak voorkomt bij personen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg.

Escalatie

Acute verslechtering van iemands toestand waardoor onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is. Het kan hierbij gaan om fysieke of gedragsproblemen.

Fysieke problemen

Beperkingen die worden veroorzaakt door stoornissen in de fysiologische functies of anatomische eigenschappen van het houdings- of bewegingsapparaat (bot-spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) of de inwendige organen; of door stoornissen in de motorische en sensibele functies van het zenuwstelsel.

Gebruikelijke zorg

Dagelijkse verzorging, opvoeding, toezicht en stimulering van de ontwikkeling die kinderen horen te krijgen van hun (pleeg)ouders/wettelijk vertegenwoordigers, al dan niet aangevuld met zorg uit de Jeugdwet of de Zvw.

Gedragsproblemen

Gedragsproblemen zijn internaliserend en/of externaliserend gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk en/of gevaar voor de persoon zelf of voor de mensen in de omgeving van die persoon. Daarbij zijn de gedragsproblemen van zodanige intensiteit, frequentie of duur, dat het voor de persoon zelf en/of de naaste omgeving nadelig stressvol of schadelijk is.

2 NVAVG, Multidisciplinaire Richtlijn Probleemgedrag bij volwassenen met een verstandelijke beperking.

,

3 Verenso, Definitie van probleemgedrag.

,

4 CCE, visie op probleemgedrag.

Grondslag

De grondslag is een aandoening, beperking, stoornis of handicap die toegang kan geven tot de Wlz.

De grondslagen voor Wlz-zorg zijn: een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. In hoofdstuk 3, Grondslagen, staat hoe we de grondslag(en) bepalen.

Instelling

a. Een organisatorisch verband dat zorg verleent.

b. Een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het grondgebied van het Europees deel van Nederland en overeenkomstig de daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld bij of krachtens artikel 3.1.1 Wlz.

Kind/Jeugdige

Een persoon jonger dan 18 jaar.

Personen met ernstige meervoudige beperkingen (EMB

5 Voor meer informatie zie: kennispleingehandicaptensector.nl.

)

Personen met een EMB hebben een ernstige verstandelijke beperking, een blijvend zeer laag ontwikkelingsperspectief en een ernstige motorische beperking. Meestal is ook sprake van zintuiglijke problemen (waaronder prikkelverwerkingsstoornissen) en/of somatische aandoeningen (zoals epilepsie, reflux, slikproblemen, luchtweginfecties et cetera).

ZEVMB staat voor zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen

6 Voor meer informatie zie:zevmb.nl.

.

Palliatief terminale zorg

Zorg in de terminale levensfase van een persoon met een levensbedreigende ziekte als de levensverwachting korter is dan drie maanden. De behandelend arts van de persoon stelt dit vast. De persoon krijgt geen (medische) behandeling meer om te herstellen of het leven te verlengen. De zorg is vooral gericht op symptoombestrijding en kwaliteit van leven.

Partneropname

Het recht van de partner van een persoon met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, of met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die in een instelling verblijft, om mee te verhuizen naar de instelling. Een partner is de huisgenoot met wie de persoon met Wlz-indicatie, is gehuwd of een daarmee gelijkgestelde relatie onderhoudt met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad (artikel 1.1.2 Wlz).

De partner heeft hiervoor zelf geen Wlz-indicatie nodig. De partner behoudt dit recht ook als de persoon met Wlz-indicatie naar een andere instelling verhuist of overlijdt (artikel 3.1.2 Wlz). De persoon met Wlz-indicatie bespreekt met de zorgaanbieder dat hij of zij samen met de partner opgenomen wil worden. De zorgaanbieder registreert bij het CIZ de meeverhuizende partner zodat het partnerverblijf verzilverd kan worden. Niet alle zorgaanbieders hebben aanbod voor partnerverblijf.

Persoon (of mens of cliënt)

Voor de leesbaarheid hanteren we in deze beleidsregels de term ‘persoon’ (of mens of cliënt), waar we ‘verzekerde’ zoals beschreven in artikel 2.1 Wlz bedoelen (tenzij we citeren uit wetgeving).

Permanent toezicht

Onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor men op tijd kan ingrijpen als dat nodig is.

Toegangscriteria

De vereisten om voor Wlz-zorg in aanmerking te komen zoals beschreven in artikel 3.2.1, eerste lid, Wlz.

Voortdurend

Dagelijkse, ongeplande momenten waarbij de zorgverlener het initiatief moet nemen om zorg te verlenen. De zorgverlener neemt daarvoor meerdere malen per dag poolshoogte en grijpt zo nodig in om ernstig nadeel te voorkomen.

Zelfzorg

Algemeen dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg.

Zorg uit een ander domein

Zorg die in een ander domein, de Zvw, Wmo 2015 of de Jeugdwet is geborgd. Er is voor deze zorg geen recht op zorg vanuit de Wlz. Zie verder paragraaf 2.1.5.

Zware regieproblemen

Regeling
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2026
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051798
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl