wetzoeker

Regeling maatregelen bewakingszone hoogpathogene vogelgriep Kevelaer Duitsland 2025

Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 18 november 2025, nr. WJZ/102539703, houdende specifieke maatregelen in de bewakingszone in verband met de bestrijding van hoogpathogene aviaire influenza in Kevelaer, Duitsland (Regeling maatregelen bewakingszone hoogpathogene vogelgriep Kevelaer, Duitsland 2025)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-11-2025
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
BWB-id
BWBR0051794
Versie
2025-11-18_0
SHA-256 bron
2cd0b74dc16d08f11472e5146bf8ff1af43b8355bb154f91335ceaf03dec379f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (32)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Bewakingszone (10 kilometer)

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

1 In deze regeling wordt verstaan onder:

bewakingszone: gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

commercieel gehouden vogels: pluimvee of in gevangenschap levende vogels die worden gekweekt of gehouden met de bedoeling geld te verdienen;

hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi's);

minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

sierwatervogels: watervogels die worden gehouden met een ander doel dan de productie van vlees of eieren;

verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekte en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidwetgeving’) (PbEU 2016, L 84);

verordening (EU) nr. 2020/687: gedelegeerde verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft (PbEU 2020, L 174);

vervoermiddel: voertuig en materieel, met inbegrip van een combinatie van een voertuig en één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers;

vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw, met uitzondering van woonruimte, waar vogels aanwezig zijn of gewoonlijk worden gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van vogels is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;

watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.

2 De definities, opgenomen in de volgende bepalingen, zijn van toepassing:

– artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/429;

– bijlage I bij verordening (EG) 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 139);

– artikel 2 van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Aangewezen wordt als bewakingszone het gebied, bedoeld in de bijlage.

2 In de bewakingszone zijn de artikelen 4 tot en met 29 van toepassing, tenzij dit in een bepaling of een onderdeel daarvan anders is bepaald.

3 De artikelen 12 tot en met 19 zijn mede van toepassing op de verplaatsing van dieren of producten als bedoeld in die artikelen van een inrichting binnen de bewakingszone naar een inrichting buiten dat gebied.

4 Voor zover in de zone, bedoeld in het eerste lid, uit hoofde van andere regelgeving voorschriften ter preventie of bestrijding van aviaire influenza gelden, zijn telkens de meest verstrekkende voorschriften van toepassing.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

In het geval een verplaatsing van dieren of producten in de bewakingszone op grond van deze regeling of artikel 10.1 van de Wet dieren is toegestaan:

a. wordt uitsluitend gestopt of gelost op de inrichting van bestemming;

b. verloopt de verplaatsing waar mogelijk via hoofdwegen of hoofdspoorwegen;

c. wordt de omgeving van inrichtingen waar vogels worden gehouden, vermeden;

d. vindt de verplaatsing plaats overeenkomstig een hygiëneprotocol; en

e. voldoet de verplaatsing aan artikel 43, zesde lid, van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 4

1 Het is verboden gehouden vogels te verplaatsen vanuit een inrichting.

2 Het is verboden gehouden vogels te verplaatsen naar een inrichting.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 5

Het is verboden broedeieren te verplaatsen vanuit een inrichting.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 6

1 Het is verboden vers vlees van vogels te verplaatsen vanuit een slachthuis of wildbewerkingsinrichting.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op vers vlees dat voldoet aan artikel 27, derde lid, onderdelen c of d, van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 7

1 Het is verboden vleesproducten, verkregen van vers vlees van vogels, te verplaatsen vanuit een inrichting.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de verplaatsing van vleesproducten die voldoen aan artikel 27, derde lid, onderdelen a, b, c of d, van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 8

1 Het is verboden eieren bestemd voor menselijke consumptie te verplaatsen vanuit een inrichting.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de verplaatsing van eieren die voldoen aan artikel 27, derde lid, onderdelen b en c, van verordening (EU) nr. 2020/687.

3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de verplaatsing van eieren vanuit een inrichting die is gelegen in de bewakingszone, indien zij worden verplaatst naar:

a. een door de minister aangewezen in Nederland gelegen pakstation en is voldaan aan artikel 50, eerste lid, onderdeel a of b, van verordening (EU) nr. 2020/687; of

b. een door de minister aangewezen in Nederland gelegen inrichting voor de vervaardiging van eiproducten en is voldaan aan artikel 50, tweede lid, onderdelen a en b, van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 9

Het is verboden mest van gehouden vogels, al dan niet met strooisel, te verplaatsen vanuit een inrichting.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 10

1 Het is verboden huiden, vellen of veren van gehouden vogels te verplaatsen vanuit een inrichting.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de verplaatsing van veren van gehouden vogels die voldoen aan artikel 27, derde lid, onderdeel d, van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 11

1 Het is verboden andere dierlijke bijproducten dan mest van gehouden vogels, al dan niet met strooisel, en dan huiden, vellen of veren van gehouden vogels te verplaatsen vanuit een inrichting.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op kadavers of delen van dode vogels.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 12

1 Het is verboden dieren of producten te vervoeren door de bewakingszone.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 22, vierde lid, onderdelen a, b en c, van verordening (EU) nr. 2020/687.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 13

1 Het is verboden kadavers van vogels of delen van dode vogels te verplaatsen.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de verplaatsing tot doel heeft om de kadavers of delen van dode vogels te verwijderen.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 14

1 Het is verboden om andere dieren dan vogels of dierlijke producten, afkomstig van andere dieren dan vogels, te verplaatsen vanuit of naar een inrichting waar vogels worden gehouden.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de verplaatsing van dierlijke producten die voldoen aan artikel 27, derde lid, van verordening (EU) nr. 2020/687.

3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de verplaatsing geschiedt overeenkomstig een hygiëneprotocol.

4 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de dieren of dierlijke producten worden verplaatst van of naar een inrichting waar geen commercieel gehouden vogels aanwezig zijn.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 15

1 Het is verboden diervoeders te verplaatsen vanuit of naar een inrichting waar vogels worden gehouden.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de verplaatsing van diervoeders voor in gevangenschap levende vogels.

3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de verplaatsing geschiedt overeenkomstig een hygiëneprotocol.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 16

1 Het is verboden mest van landzoogdieren, afkomstig van een inrichting waar vogels worden gehouden, te verplaatsen.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de verplaatsing geschiedt overeenkomstig een hygiëneprotocol.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 17

Het is toegestaan om monsters als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van verordening (EU) nr. 2020/687 van vogels te verzamelen en die te verplaatsen naar een laboratorium ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een andere dierziekte dan hoogpathogene aviaire influenza.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 18

1 Het is verboden broedeieren te verplaatsen naar een inrichting.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op verplaatsingen naar een broederij, indien de verplaatsing geschiedt overeenkomstig een hygiëneprotocol.

Hoofdstuk 2 — Regels over verplaatsingen › § 2.2 — Aanvullende verboden

Artikel 19

1 Het is verboden een vervoermiddel te verplaatsen dat is gebruikt of kennelijk bestemd is om te worden gebruikt voor het verplaatsen of het vervoer van dieren, producten of voorwerpen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 18.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vervoermiddel dat is gereinigd en ontsmet overeenkomstig een hygiëneprotocol.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 20

De exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden brengt ten minste afscheidingen aan tussen de gehouden vogels en andere dieren die in de inrichting aanwezig zijn en in het wild levende dieren en hun uitwerpselen.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 21

De exploitant van een inrichting meldt onmiddellijk aan de minister een toename van het ziekte- of sterftecijfer of een aanzienlijke daling in de productiegegevens ten aanzien van de op de inrichting gehouden vogels.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 22

De exploitant van een inrichting zorgt ervoor dat bij de in- en uitgangen van de inrichting gepaste ontsmettingsvoorzieningen aanwezig zijn en worden gebruikt.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 23

1 Het is bezoekers verboden een vogelverblijfplaats alsmede een niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een inrichting te betreden.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

a. het bezoek noodzakelijk is in het kader van volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of gezondheid van aanwezige personen;

b. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol; en

c. de bezoeker het bezoek registreert.

3 In afwijking van het tweede lid zijn de onderdelen b en c van dat lid niet van toepassing, indien een acute noodsituatie zich tegen toepassing van die onderdelen verzet.

4 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing:

a. op personeel van de desbetreffende inrichting; en

b. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol.

5 Het is een exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden verboden om een bezoeker toe te laten tot de in het eerste lid bedoelde ruimtes.

6 Het verbod, bedoeld in het vijfde lid, is niet van toepassing indien is voldaan aan het tweede lid, al dan niet in samenhang met het derde lid, of aan het vierde lid.

7 Het eerste tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van een bezoeker.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 24

De exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden houdt een register bij van bezoeken aan een vogelverblijfplaats, een niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of een ander deel van een inrichting, waarin ten minste zijn opgenomen:

a. de naam, het adres en de woonplaats van de bezoeker;

b. voor zover de bezoeker een vervoermiddel heeft gebruikt: de soort en het kenteken van het vervoermiddel;

c. de reden van het bezoek; en

d. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 25

De exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden draagt er zorg voor dat kadavers en delen van dode vogels worden verwijderd overeenkomstig artikel 22, derde lid, van verordening (EU) 2020/687.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 26

Gelegenheden waarbij vogels worden samengebracht, zijn verboden.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.1 — Regels ter uitvoering van Europese voorschriften

Artikel 27

Het is verboden wilde vogels heruit te zetten.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.2 — Aanvullende voorschriften

Artikel 28

Een exploitant van commercieel gehouden vogels, met uitzondering van vogels behorende tot fazanten (Phasianidae), loopvogels of sierwatervogels, brengt de commercieel gehouden vogels binnen een gebouw en houdt die vogels daar.

Hoofdstuk 3 — Andere regels › § 3.2 — Aanvullende voorschriften

Artikel 29

Het is verboden mest van landzoogdieren, afkomstig van een inrichting waar vogels worden gehouden, op of in de bodem te brengen.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 30

Deze regeling wordt bekendgemaakt op www.rijksoverheid.nl

1 18 november 2025, 17:52 uur.

, en treedt onmiddellijk na haar bekendmaking op het internet in werking.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 31

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling maatregelen bewakingszone hoogpathogene vogelgriep Kevelaer Duitsland 2025.

Bijlage — behorende bij artikel 2, eerste lid › Bewakingszone (10 kilometer)

Bewakingszone (10 kilometer)

1. De bewakingszone omvat het in Nederland gelegen gebied dat zich bevindt op en binnen een straal van 10 kilometer rondom de volgende coördinaten waar de besmette inrichting zich bevindt:

– X_COORDINAAT: 219478

– Y_COORDINAAT: 396823

– Latitude: 51.556653

– Longitude: 6.316964

2. Op GeoWeb is te zien, zo nodig onder toepassing van de inzoomfunctie, of een locatie zich al dan niet bevindt in de bewakingszone. Dit kan worden gedaan door het invullen van de postcode, het adres van de locatie, of de naam van de gemeente en de weg waar u zich bevindt.

3. De in deze bijlage opgenomen kaart is een voorbeeld.