wetzoeker

Artikel 7 Regeling tijdelijke aanstelling militairen

1 De militair die wenst diens aanstelling te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.

2 Indien de aanstelling van de militair wordt gewijzigd in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR geldt dat:

a. de militair dient te voldoen aan de voor deze aanstelling in artikel 5, eerste lid, van het AMAR gestelde voorwaarden;

b. de militair de bij deze aanstelling behorende verplichting, bedoeld in artikel 7 van het AMAR, krijgt opgelegd, met dien verstande dat hierop in mindering wordt gebracht de verplichting, bedoeld in artikel 3 van deze regeling, voor zover deze is voldaan;

c. aan deze aanstelling geen proeftijd wordt verbonden.

Regeling
Regeling tijdelijke aanstelling militairen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051757
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl