wetzoeker

Artikel 2.17 Energiebesluit

Maatregelen in het kader van de leveringszekerheid

1 De noodleverancier bepaalt zo spoedig mogelijk na aanvang van de noodlevering, doch uiterlijk binnen 5 werkdagen, de hoogte van de door de eindafnemer met een kleine aansluiting gedurende de termijn van zes maanden voor de levering verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet, en doet van de hoogte en de samenstelling van de vergoeding onverwijld mededeling aan de Autoriteit Consument en Markt. De noodleverancier kan de hoogte van de verschuldigde vergoeding tussentijds uitsluitend verlagen.

2 De hoogte van de voor de levering verschuldigde vergoeding ziet uitsluitend op vergoeding van redelijke kosten van de noodlevering voor de vergunninghouder.

3 De Autoriteit Consument en Markt kan een maximum vaststellen waar de hoogte van de voor de levering verschuldigde vergoeding, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, aan gebonden is. De Autoriteit Consument en Markt baseert de hoogte van het maximum op een vergelijking met het relevante marktaanbod van leveringsovereenkomsten en neemt daarbij de actuele marktomstandigheden en de bijzondere kenmerken van de tijdelijke levering op grond van de wet en de daarmee samenhangende kosten in aanmerking.

4 Op de noodlevering is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.13, 2.31, 2.42, eerste lid, en 2.43, derde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de voorwaarden waaronder de noodlevering plaatsvindt.

Regeling
Energiebesluit
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051745
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl