wetzoeker

6.2.5 — Zonder economisch belang geen indirect aanmerkelijk belang in ander lichaam Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025

Zonder economisch belang geen indirect aanmerkelijk belang in ander lichaam

Voor de toepassing van de doorschuifregeling bij overgang krachtens erfrecht of bij overdracht krachtens schenking is onder meer vereist dat de vennootschap waarop de aandelen of winstbewijzen betrekking hebben, een onderneming drijft (artikel 4.17a, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en artikel 4.17c, eerste lid, aanhef en onderdeel a, Wet IB 2001). In geval de vennootschap direct of indirect een belang heeft in een ander lichaam worden de bezittingen en schulden van dat andere lichaam toegerekend aan de vennootschap mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een van die voorwaarden is dat de erflater of schenker een indirect aanmerkelijk belang heeft in het andere lichaam (artikel 4.17a, vijfde lid, Wet IB 2001).

Een erflater of schenker heeft geen indirect aanmerkelijk belang in het andere lichaam als de erflater of schenker via de aandelen in de vennootschap geen economisch belang heeft in het andere lichaam. De toerekening van bezittingen en schulden van het andere lichaam aan de vennootschap vindt dan ook niet plaats als de aanmerkelijkbelanghouder zogenoemde trackingstocks heeft in de vennootschap en de aanmerkelijkbelanghouder door de trackingstocks geen economisch belang heeft in het andere lichaam waarin de vennootschap aandelen houdt.

11 Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:003:2024:2, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Voorbeeld

X BV bezit de volledige eigendom van alle aandelen in Y BV. Daarnaast bezit X BV een pand dat in gebruik is bij de onderneming van Y BV.

Het aandelenkapitaal van X BV bestaat uit aandelen A en aandelen B. X houdt alle aandelen A in X BV. De zoon van X houdt alle aandelen B. Volgens de statuten van X BV geven de aandelen A recht op de waarde van het vermogen van X BV, alsmede op de winsten van X BV met uitzondering van de waarde en de winsten van Y BV. De aandelen B geven volgens de statuten recht op de waarde van het vermogen van Y BV en op de winsten van Y BV. Verder is in de statuten bepaald dat X BV een dividendreserve A en een dividendreserve B kent. Tot het saldo van deze dividendreserves zijn uitsluitend de houders van de aandelen A respectievelijk B gerechtigd.

Als X zijn aandelen A schenkt aan zijn zoon, is de doorschuifregeling van artikel 4.17c Wet IB 2001 niet van toepassing op de schenking van de aandelen A. De aandelen A zien enkel op de waarde en het vermogen van X BV en X BV drijft geen onderneming. X BV houdt weliswaar alle aandelen in Y BV, maar omdat X geen economisch belang heeft in Y BV heeft X ook geen indirect aanmerkelijk belang in Y BV. De bezittingen en schulden van Y BV worden daardoor niet toegerekend aan X BV.

Regeling
Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-11-2025
BWB-id
BWBR0051728
Versie
2025-11-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl