wetzoeker

5.1 — Verkrijgingsprijs; aandelen in volle en blote eigendom Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025

Verkrijgingsprijs; aandelen in volle en blote eigendom

In het aanmerkelijkbelangregime wordt uitgegaan van de gemiddelde verkrijgingsprijs per soort aandeel. Aan de hand van een voorbeeld wordt hierna uiteengezet hoe de verkrijgingsprijs moet worden bepaald als de belastingplichtige van een gedeelte van de aandelen de blote eigendom heeft en van een gedeelte de volle eigendom.

Voorbeeld verkoop vruchtgebruik

Y heeft 20 aandelen met een verkrijgingsprijs van € 1.000 per aandeel. Hij verkoopt een recht van vruchtgebruik op 10 aandelen aan een derde voor € 70.000. Op dat moment zijn de aandelen in volle eigendom € 10.000 per stuk waard. Na de verkoop heeft hij nog 10 aandelen met een verkrijgingsprijs van € 1.000 en de blote eigendom van 10 aandelen met een verkrijgingsprijs van € 300. Enkele jaren later koopt Y 10 aandelen van een zelfde soort erbij voor € 15.000 per stuk.

De totale verkrijgingsprijs bedraagt: € 10.000 + € 3.000 + € 150.000 = € 163.000

Per aandeel waarvan Y de volle eigendom bezit is de verkrijgingsprijs:

€ 163.000 x 1/(10 + (10 x 300/1000) + 10) = € 7.087

Per aandeel waarvan Y de blote eigendom bezit is de verkrijgingsprijs:

300/1.000 x € 7.087 = € 2.126

NB De breuk geeft de verhouding weer tussen de waarde van de blote eigendom en de waarde van de volle eigendom op het moment dat het recht van vruchtgebruik wordt gevestigd. Deze breuk blijft voor de berekening van de verkrijgingsprijs ongewijzigd indien op een later moment een nieuwe verkrijgingsprijs moet worden berekend omdat aandelen van eenzelfde soort worden bijgekocht.

Regeling
Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-11-2025
BWB-id
BWBR0051728
Versie
2025-11-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl