wetzoeker

4.4.2 — Schulden bij eigen vennootschap; ondernemingsschuld voor ondernemerswoning Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025

Schulden bij eigen vennootschap; ondernemingsschuld voor ondernemerswoning

Tot het ruime schuldenbegrip van artikel 4.13, eerste lid, aanhef en onderdeel f, Wet IB 2001 behoren ook schulden die een ondernemer/aanmerkelijkbelanghouder aangaat bij de eigen bv en die zijn geëtiketteerd als ondernemingsvermogen van de onderneming voor de inkomstenbelasting (zie Kamerstukken II 2020/21, 35496, nr. 9, p. 33/34). De rangorderegeling van artikel 2.14, eerste lid, Wet IB 2001 voorkomt dat niet. Zo valt onder het schuldenbegrip in beginsel ook de ondernemingsschuld die de ondernemer/aanmerkelijkbelanghouder is aangegaan bij de eigen bv voor de financiering van de (ondernemers)woning als bedoeld in artikel 3.19 Wet IB 2001.

Eigenwoningschulden als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001 tellen onder voorwaarden niet mee bij de bepaling van het bovenmatige deel van schulden (artikel 4.14a, zesde lid, Wet IB 2001).

Voor een woning die tot het ondernemingsvermogen behoort en voor een woning die valt onder de eigenwoningregeling (artikel 3.19 onderscheidenlijk artikel 3.110 en volgende, Wet IB 2001) heeft de wetgever een op hoofdlijnen vergelijkbare systematiek in het leven geroepen, namelijk belasting van een forfaitair bepaald woongenot onder aftrekbaarheid van bepaalde kosten. Vanuit deze gedachte en gelet op doel en strekking van de Wet IB 2001 is het passend dat een ondernemingsschuld voor een woning als bedoeld in artikel 3.19 Wet IB 2001 onder de uitzondering van artikel 4.14a, zesde lid, Wet IB 2001 valt voor zover en voor zolang deze schuld getoetst aan artikel 3.119a Wet IB 2001 als eigenwoningschuld zou kwalificeren en aan de overige voorwaarden van artikel 4.14a, zesde lid, Wet IB 2001 wordt voldaan. Hierbij wordt voor eigenwoning gelezen ‘woning’ als bedoeld in artikel 3.19 Wet IB 2001.

6 Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:003:2023:11, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Voorbeeld

X heeft naast een aanmerkelijk belang in A BV een box 1-onderneming. De aandelen in A BV behoren niet tot het ondernemingsvermogen van deze onderneming. De woning van X en de schuld ter financiering van deze woning zijn geëtiketteerd als ondernemingsvermogen. Voor de woning krijgt X een bijtelling privégebruik woning als bedoeld in artikel 3.19 Wet IB 2001. De schuld is aangegaan bij A BV. Ter zake van deze schuld heeft X een recht van hypotheek op de woning verstrekt aan A BV.

De schuld van X bij A BV telt niet mee bij de bepaling van het fictief regulier voordeel voor zover en zolang de hypothecaire schuld per 31 december van het jaar (peildatum bepaling fictief regulier voordeel) voldoet aan de definitie van de eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001, waarbij voor eigenwoning wordt gelezen ‘woning’ als bedoeld in artikel 3.19 Wet IB 2001.

Regeling
Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-11-2025
BWB-id
BWBR0051728
Versie
2025-11-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl