wetzoeker

4.3.3 — Forfaitair voordeel bij meerderjarigheid kind in de loop van het kalenderjaar Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025

Forfaitair voordeel bij meerderjarigheid kind in de loop van het kalenderjaar

Het forfaitair voordeel als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001, wordt geacht uiterlijk te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de binnenlandse belastingplicht indien deze in de loop van het kalenderjaar eindigt (artikel 4.43, tweede lid, Wet IB 2001). Wanneer een kind in het kalenderjaar of voor het einde van de binnenlandse belastingplicht meerderjarig wordt, wordt het forfaitair voordeel bij het meerderjarige kind zelf in aanmerking genomen en niet bij de ouder(s) die voordien het gezag over het kind uitoefende(n). Artikel 2.15, tweede en vierde lid, Wet IB 2001 zijn dan niet van toepassing op het forfaitair voordeel.

Als in het kalenderjaar een regulier voordeel wordt genoten voordat het kind meerderjarig wordt in dat kalenderjaar en dat voordeel is in aanmerking genomen bij de ouder(s), dan volgt uit de wetssystematiek van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 dat het regulier voordeel het forfaitair voordeel verlaagt tot maximaal nihil.

Regeling
Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-11-2025
BWB-id
BWBR0051728
Versie
2025-11-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl