wetzoeker

4.3.1 — Forfaitair voordeel bij aandelen in blote eigendom en vruchtgebruik Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025

Forfaitair voordeel bij aandelen in blote eigendom en vruchtgebruik

Bij aandelen in blote eigendom en aandelen met een recht van vruchtgebruik in een vennootschap als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 moet zowel de blooteigenaar als de vruchtgebruiker van de aandelen een forfaitair voordeel in aanmerking nemen. De grondslag voor de berekening van het forfaitair voordeel is de waarde in het economisch verkeer van de blote eigendom onderscheidenlijk het recht van vruchtgebruik van deze aandelen per begin van het kalenderjaar.

Dividenden die de vennootschap in dat jaar uitkeert aan de vruchtgebruiker worden als regulier voordeel bij de vruchtgebruiker in aanmerking genomen. Dit regulier voordeel vermindert de omvang van diens forfaitair voordeel, maar niet verder dan tot nihil (artikel 4.14a, eerste lid, Wet IB 2001).

Voor zover bij de vruchtgebruiker het regulier voordeel uit hoofde van de dividenden hoger is dan het bedrag waarmee diens forfaitair voordeel kan worden verminderd, kan op grond van een redelijke wetstoepassing het meerdere in mindering worden gebracht bij de bepaling van het forfaitaire voordeel van de blooteigenaar, maar niet verder dan tot nihil.

3 Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:003:2023:10, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Regeling
Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-11-2025
BWB-id
BWBR0051728
Versie
2025-11-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl