wetzoeker

4.2 — Onzakelijke lening en borg in de aanmerkelijkbelangsfeer Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025

Onzakelijke lening en borg in de aanmerkelijkbelangsfeer

Een geldlening kan onder omstandigheden als een onzakelijke lening worden aangemerkt (zie onder andere HR 25 november 2011, nr. 08/05323, ECLI:NL:HR:2011:BN3442). Zie verder het besluit van 29 november 2021, nr. 2021-15229, onderdeel 8.2.1. tot en met 8.2.4.

Kwijtschelding onzakelijke lening (omhoog en zusterlening) en winstuitdeling

Als een vennootschap een onzakelijke lening aan haar aanmerkelijkbelanghouder verstrekt, een onzakelijke lening omhoog, kan de kwijtschelding van deze lening leiden tot een winstuitdeling aan deze aandeelhouder. Dat kan zich, afhankelijk van de feitelijke omstandigheden, voordoen als de vennootschap het onzakelijke debiteurenrisico dat is verbonden aan deze lening heeft aanvaard in het belang van deze aandeelhouder. Als vervolgens vaststaat dat de debiteur niet meer aan zijn aflossingsverplichtingen zal voldoen bijvoorbeeld in geval van (materiële) kwijtschelding, is mogelijk sprake van een winstuitdeling aan de aanmerkelijkbelanghouder (HR 28 februari 2014, nr. 12/03526 ECLI:NL:HR:2014:417).

Een uitdeling kan zich eveneens voordoen ingeval van een onzakelijke lening tussen zustervennootschappen, een onzakelijke lening opzij, in welke vennootschappen een aandeelhouder een aanmerkelijk belang heeft.

Borgstellingsanaloge rente bij onzakelijke lening

Er moet rente in aanmerking worden genomen, ook in geval sprake is van een onzakelijke lening tussen een aandeelhouder en zijn vennootschap. Die rente kan uit praktisch oogpunt worden gesteld op het bedrag dat de debiteur zou moeten vergoeden indien hij met een borgstelling van de aandeelhouder onder overigens gelijke voorwaarden van een derde zou lenen (zie HR 25 november 2011, nr. 08/05323, r.o. 3.3.2. en r.o. 3.3.4., ECLI:NL:HR:2011:BN3442). Als sprake is van een onzakelijke lening van de aanmerkelijkbelanghouder aan diens vennootschap, een onzakelijke lening omlaag, en blijkt dat door de vennootschap een hogere rentevergoeding is betaald dan uit voorgaande praktische regel volgt, dan wordt dit deel van de rente (verschil betaalde rente en borgstellingsanaloge rente) als winstuitdeling aan de aandeelhouder aangemerkt. Is een lagere rente betaald, dan kan sprake zijn van een storting van informeel kapitaal. Als sprake is van een onzakelijke lening omhoog en blijkt dat door de aanmerkelijkbelanghouder een hogere rentevergoeding is betaald dan uit voorgaande praktische regel volgt, dan kan dit deel van de rente (verschil betaalde rente en borgstellingsanaloge rente) als informele kapitaalstorting worden aangemerkt. Is een lagere rente betaald, dan wordt dit deel van de rente (verschil betaalde rente en borgstellingsanaloge rente) als winstuitdeling aan de aandeelhouder aangemerkt.

Reguliere voordelen onzakelijke borgstelling

Een vergoeding van de vennootschap aan de aanmerkelijkbelanghouder in verband met een onzakelijke borgstelling door die aanmerkelijkbelanghouder ten behoeve van die vennootschap zijn bij deze aanmerkelijkbelanghouder belast als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. Omdat deze borgstelling zich in de kapitaalsfeer bevindt, wordt de borgstellingsvergoeding fiscaal aangemerkt als regulier voordeel en mist artikel 3.92, lid 2, onderdeel c, Wet IB 2001 daarom toepassing. Zie ook besluit van 29 november 2021, nr. 2021-15229, onderdeel 8.3.1. Voor de vennootschap geldt dat genoemde vergoeding niet aftrekbaar is.

Regeling
Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-11-2025
BWB-id
BWBR0051728
Versie
2025-11-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl