wetzoeker

Artikel 2.4 Tijdelijke regeling realisatiestimulans

Realisatiestimulans per betaalbare woning

1 Het college zendt jaarlijks aan de minister informatie over de start van bouwwerkzaamheden ten behoeve van het aantal betaalbare woningen als bedoeld in artikel 2.1, in het voorafgaande jaar in de gemeente.

2 Op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, per gemeente vast.

3 De minister stelt het besluit, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk vast op 31 december van het jaar na het jaar waarin de start van de bouwwerkzaamheden van de betreffende betaalbare woningen per gemeente hebben plaatsgevonden.

4 Het besluit, bedoeld in het tweede lid, vermeldt in elk geval:

a. het totale bedrag van de specifieke uitkering; en

b. het moment van uitbetaling van de specifieke uitkering.

5 Indien het college constateert dat ten opzichte van de door haar verstrekte informatie bedoeld in het eerste lid, over een kalenderjaar meer of minder betaalbare woningen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, moeten worden opgegeven, kan het dit in de informatieverstrekking in het daaropvolgende jaar aangeven en kan dit worden verrekend door de minister.

Regeling
Tijdelijke regeling realisatiestimulans
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051707
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl