Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid
Besluit van 27 oktober 2025, houdende regels ter uitvoering van EU-verordeningen grenzen en veiligheid en tot wijziging van het Besluit politiegegevens en het Vreemdelingenbesluit 2000 (Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid) [KetenID WGK014803]
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 12-06-2026
- Rechtsgebied
- Migratierecht, Procesrecht, Strafprocesrecht, Vreemdelingenrecht
- Ministerie
- Asiel en Migratie
- BWB-id
- BWBR0051701
- Versie
- 2026-06-12_0
- SHA-256 bron
- f58d7a39cb791b32b3f8c1e045307c60d9708f906fdae45162e45c1a3f89b947
Inhoud (18)
Paragraaf 1 — Inleidende bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
– Schengeninformatiesysteem: het Schengeninformatiesysteem, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de SIS-verordening grenscontroles en artikel 4, eerste lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
– VIS: het Visuminformatiesysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de VIS-verordening.
Paragraaf 2 — Uitvoering SIS-verordeningen
Artikel 2
1 Recht op toegang tot gegevens in het Schengeninformatiesysteem en het recht tot rechtstreekse bevraging daarvan hebben:
a. Onze Minister van Asiel en Migratie ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
b. Onze Minister van Buitenlandse Zaken ten behoeve van de doelen, genoemd in;
– artikelen 34, eerste lid, onderdeel f, vierde lid en artikel 41, zesde lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
c. het openbaar ministerie ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
d. de politie ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
e. de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
f. de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
g. de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5 van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken; en
h. de Douane ten behoeve van de doelen, genoemd in:
– artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
2 De in het eerste lid bedoelde instanties maken een lijst met benamingen van functies openbaar, waarvoor geldt dat de personen die de functie bekleden geautoriseerd kunnen worden voor toegang tot en bevraging van het SIS ten behoeve van de in het eerste lid genoemde doelen.
Paragraaf 2 — Uitvoering SIS-verordeningen
Artikel 3
Recht op toegang tot gegevens in het Schengeninformatiesysteem hebben:
a. de Dienst wegverkeer ten behoeve van de doelen, genoemd in artikelen 45, eerste lid, en 46, eerste lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken; en
b. de politie ten behoeve van het doel, genoemd in artikel 47, eerste lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
Paragraaf 3 — Uitvoering EES-verordening
Artikel 4
De in artikel 9, tweede lid, van de EES-verordening bedoelde immigratieautoriteiten zijn de Minister van Asiel en Migratie en de met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 belaste ambtenaren, voor zover deze verantwoordelijkheden overeenkomen met de in artikel 3, punt 4, van de EES-verordening genoemde verantwoordelijkheden.
Paragraaf 3 — Uitvoering EES-verordening
Artikel 5
De in artikel 39, eerste lid, van de EES-verordening bedoelde autoriteit die de centrale verantwoordelijkheid voor gegevensverwerking draagt is de Minister van Defensie.
Paragraaf 4 — Uitvoering Etias-verordening
Artikel 6
De in artikel 13, vierde lid, van de Etias-verordening bedoelde immigratieautoriteiten zijn de Minister van Asiel en Migratie en de met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 belaste ambtenaren, voor zover deze verantwoordelijkheden overeenkomen met de in artikel 3, punt 22, van de Etias-verordening opgenomen redenen.
Paragraaf 5 — Uitvoering VIS-verordening
Artikel 7
De Minister van Asiel en Migratie en de met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 belaste ambtenaren hebben toegang tot het VIS voor het raadplegen van gegevens voor zover zij zijn belast met de uitvoering van taken op grond van de Vreemdelingenwet 2000 overeenkomstig de VIS-verordening:
a. vanwege de in artikel 18, 18bis, 19, 19bis, 20, 21 en 22 van die verordening omschreven doelen; en
b. Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
Paragraaf 5 — Uitvoering VIS-verordening
Artikel 8
De aangewezen VIS-autoriteit is ondergebracht bij de Koninklijke marechaussee.
Paragraaf 5 — Uitvoering VIS-verordening
Artikel 9
De Minister van Asiel en Migratie en de met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 belaste ambtenaren hebben toegang tot het VIS voor het invoeren, wijzigen of verwijderen van gegevens overeenkomstig de artikelen 22bis tot en met 22 septies van de VIS-verordening in verband met de taken op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Paragraaf 5 — Uitvoering VIS-verordening
Artikel 10
De in artikel 22octodecies, tweede lid, van de VIS-verordening bedoelde autoriteiten die bij de uitvoering van hun taken kunnen verzoeken om toegang tot de in dat artikellid bedoelde gegevens zijn:
a. de gerechten, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het openbaar ministerie;
b. de raad voor de kinderbescherming, de rechtspersoon, bedoeld in artikel 256, eerste lid, of artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden, bedoeld in artikel 4 van de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming en de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan hen opgedragen wettelijke taken.
Paragraaf 5 — Uitvoering VIS-verordening
Artikel 11
De in artikel 29, vierde lid, van de VIS-verordening, bedoelde autoriteit die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking draagt is de Minister van Buitenlandse Zaken.
Paragraaf 5a — Uitvoering Eurodac-verordening
Artikel 11a
De nationale autoriteiten met toegang tot Eurodac voor de invoer of wijziging van gegevens zoals bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Eurodac-verordening, in overeenstemming met die verordening, zijn:
a. Onze Minister van Asiel en Migratie, op grond van artikel 28, van de Vreemdelingenwet 2000;
b. De op grond van artikel 46, eerste lid, en artikel 47, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 aangewezen ambtenaren;
c. Onze Minister van Asiel en Migratie, op grond van de bepalingen van hoofdstuk 5 en 6 van de Vreemdelingenwet 2000;
d. De bij of krachtens artikel 2ff van de Vreemdelingenwet 2000 aangewezen Screeningsautoriteiten;
e. Onze Minister van Asiel en Migratie met het oog op de uitvoering van Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147.
Paragraaf 5a — Uitvoering Eurodac-verordening
Artikel 11b
Deskundigen op het terrein van de vingerafdrukken en gezichtsopnamegegevens zoals bedoeld in de artikelen 38, vierde en vijfde lid en 44, tweede lid, van de Eurodac-verordening zijn de deskundigen als bedoeld in artikel 8.33 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en deskundigen werkzaam bij de Staf Eenheid landelijke expertise en operaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit beheer politie.
Paragraaf 6 — Wijziging andere besluiten
Artikel 12
Wijzigt het Besluit politiegegevens
Paragraaf 6 — Wijziging andere besluiten
Artikel 13
Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000
Paragraaf 6 — Wijziging andere besluiten
Artikel 14
Wijzigt het Besluit houdende de wijziging van de Penitentiaire maatregel en het Besluit politiegegevens.
Paragraaf 7 — Slotbepalingen
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Paragraaf 7 — Slotbepalingen
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid.