wetzoeker

6.3 — Willekeurige afschrijving Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting; geruisloze omzetting artikel 3.65 Wet IB 2001; standaardvoorwaarden en toelichting

Willekeurige afschrijving

Als de belastingplichtige recht had op willekeurige afschrijving als bedoeld in artikel 3.31 en 3.34 Wet IB 2001 gaat dit recht over op de vennootschap. Als deze willekeurige afschrijving bij de belastingplichtige heeft plaatsgevonden, gaat ook de sanctie vermeld in artikel 3.38 Wet IB 2001 over op de vennootschap. Dit geldt ook voor de verplichting van artikel 3.54, achtste lid, Wet IB 2001 inzake de herinvesteringsreserve.

Aangezien een vennootschap niet kan voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld voor de toepassing van willekeurige afschrijving voor startende ondernemers als bedoeld in artikel 3.34, tweede lid, Wet IB 2001, juncto paragraaf 1, hoofdstuk 4, van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001, treedt de vennootschap inzake een bij de belastingplichtige nog niet geëffectueerd recht op deze afschrijving niet in de plaats van de belastingplichtige. De geruisloze omzetting als zodanig leidt echter niet tot toepassing van de sanctiebepaling van artikel 3.38 Wet IB 2001.

Regeling
Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting; geruisloze omzetting artikel 3.65 Wet IB 2001; standaardvoorwaarden en toelichting
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
05-11-2025
BWB-id
BWBR0051693
Versie
2025-11-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl