wetzoeker

Artikel VII Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg

1 Onze Ministers zenden binnen vijf jaar een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van het bij of krachtens deze wet bepaalde en rapporteren hier vervolgens elke twee jaar over.

2 Het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd door een onafhankelijke commissie bestaande uit deskundigen op het gebied van jeugdzorg, bestuurskunde en jeugdrecht, alsmede vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties en gemeenten.

3 In het verslag en de rapportages, bedoeld in het eerste lid, wordt beoordeeld of:

a. De mate waarin deze wet daadwerkelijk bijdraagt aan het bevorderen van een toereikend aanbod van de vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;

b. De impact van deze wet op wachttijden, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en gecertificeerde instellingen;

c. De administratieve lasten voor gemeenten, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;

d. De financiële gevolgen van deze wet, en

e. De ervaringen van jeugdigen en gezinnen met de beschikbaarheid en kwaliteit van de vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en gecertificeerde instellingen.

4 Indien uit twee opeenvolgende rapportages blijkt dat de beoogde doelen van deze wet niet worden behaald en er geen significant positieve impact wordt vastgesteld, informeren Onze Ministers, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beide Kamers der Staten-Generaal zo spoedig mogelijk over de mogelijk benodigde maatregelen.

Regeling
Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0051641
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl