wetzoeker

7.2.1 — Gemiddeld uitgekeerde dividend bij een inhoudingsplichtige die minder dan zeven jaar bestaat Verzamelbesluit dividendbelasting 2025

Gemiddeld uitgekeerde dividend bij een inhoudingsplichtige die minder dan zeven jaar bestaat

Artikel 4c, tweede lid, Wet DB 1965 schrijft voor hoe het gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten in vijf voorafgaande jaren moet worden vastgesteld. Dit gemiddelde bedrag wordt berekend door na correctie van de bedragen van de zeven voorafgaande kalenderjaren met een inflatiebijstelling, het jaar met het hoogste en het jaar met het laagste gecorrigeerde bedrag buiten aanmerking te laten. Door het hoogste en laagste gecorrigeerde bedrag buiten aanmerking te laten, worden incidentele pieken en dalen buiten aanmerking gelaten.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat voor een inkopende beursvennootschap die minder dan zeven kalenderjaren geleden is opgericht, het niet mogelijk is om (na het buiten aanmerking laten van het hoogste en het laagste jaar) tot een gemiddelde van vijf voorafgaande kalenderjaren te komen. De inhoudingsvrijstelling van artikel 4c Wet DB 1965 is in een dergelijke situatie derhalve niet van toepassing.

Voor de bepaling van dit gemiddelde bedrag kan het jaar van oprichting van een vennootschap als kalenderjaar in aanmerking worden genomen. Uit de wettekst volgt dat het moet gaan om de dividenden in contanten die de vennootschap heeft uitgekeerd in de desbetreffende kalenderjaren. Hierbij is niet van belang of de vennootschap in het jaar van oprichting een geheel kalenderjaar heeft bestaan.

3 Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:024:2025:1, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Regeling
Verzamelbesluit dividendbelasting 2025
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
18-10-2025
BWB-id
BWBR0051629
Versie
2025-10-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl